Praatjes

Elke week een praatje van Roon.

Den Haag is te klein

Carlijn, Sven, Ireen, Kjeld, Jorien en Esmee. Het zijn allemaal winnaars. Allemaal goud op de lange baan van Gangneung. Jillert Anema is de grote verliezer. Zijn pupil, Jorrit Bergsma, won afgelopen donderdag weliswaar zilver op de tien kilometer en versloeg met overmacht zijn eeuwige plaaggeest, Sven Kramer, maar Jillert kon er niet van genieten. De Volkskrant verstierde zijn feestje. De krant publiceerde op dezelfde dag een verhaal over een gesprekje dat hij vier jaar geleden op de Olympische Spelen van Sotsji had met een collega. Jillert coachte toen de Franse achtervolgingsploeg en schijnt aan de Nederlanders gevraagd te hebben om het een beetje rustig aan te doen. Niet zo heel erg gek als je coach van de Fransen bent. “Matchfixing!” kopte de Volkskrant en NOC-NSF deed er nog een schepje bovenop door het verhaal te bevestigen met een niet eerder gepubliceerde berisping aan het adres van Jillert. Allemaal niet zo fraai, maar het is vier jaar geleden en de Nederlanders wonnen hun ritje gewoon, dus wat is het probleem nog?

Nou, vraag dat maar aan de luitjes in Den Haag. Sharon Dijksma, u weet wel die dame van de PvdA met dat sportlijf (categorie kogelstoten), vond het een grof schandaal. De onderste steen moet boven. Zij vond het zelfs nodig om Kamervragen te stellen. Onze kersverse minister van sport, Bruno Bruins, neemt het ook heel serieus. Hij overweegt de politie erop af te sturen. Het is echt waar, dit is geen grap. Een akkefietje tussen een schaatstrainer en een paar bobo’s van het NOC-NSF van vier jaar geleden en Den Haag is te klein. Volgens mij zijn er binnenkort weer verkiezingen.

Koreaanse kip

Op perron drie van station Schiedam Centrum staat een jonge jongen in een groen krokodillenpak. Een oudere man staat in een witte doktersjas op de trein te wachten. Schiedam ligt toch ver boven de grote rivieren, maar zelfs hier ontkom je niet aan de gevolgen van het carnaval. Ik hoop maar dat ze een beetje opletten, want er is gewaarschuwd voor onderkoeling. Een ijzig gure wind in combinatie met alcohol en rare pakjes, dat kan gevaarlijk zijn. In de trein vind ik nog stille getuigen van de vorige avond. Sporen van een dronken kip die onderweg wat veren heeft afgeschud. Niet zo verstandig met deze temperaturen. Ik heb helemaal niets met dit jaarlijks terugkerend verkleedfeest. Gelukkig zijn dit weekend ook de Olympische Winterspelen begonnen. Een festijn waar ik wel van kan genieten, zeker als er wat te vieren valt. En na twee dagen hebben we al twee keer goud, twee keer zilver en één keer brons. Dus meer dan genoeg reden voor een feestje.

In Zuid-Korea waait een nog veel koudere wind dan in ons kikkerlandje. Daar moet je zeker niet met rare pakjes de straat op gaan. Gewoon dik aankleden, wanten aan en muts op. Het gevaar van onderkoeling is in PyeongChang veel groter dan in Oeteldonk. Maar als ik naar de huldiging kijk van onze Nationale helden, valt mijn mond open van verbazing. Misschien is het u ook opgevallen en zo niet, dan moet u er maar eens op letten. Er zullen vast nog een paar huldigingen volgen. De Koreaanse dames die de medailles aanreiken zijn verkleed als kip. Gelukkig zijn ze niet dronken.

Vader en zoon

Of het nou de stagiaire is, de verpleeghuisarts of ikzelf, we worden allemaal even enthousiast begroet door mijn oude vader. Alsof hij je al jaren kent. In mijn geval klopt dat ook, maar de verpleeghuisarts ziet hij voor het eerst en de stagiaire zal hij ook nog niet vaak gesproken hebben. Het is een trucje, want hij weet niet meer wie hij wel zou moeten kennen en wie hij voor het eerst ontmoet. U weet inmiddels hoe dat komt. Ik denk dat mijn vader mij nog wel herkent, tenminste dat hoop ik, want het is toch erg als een vader zijn eigen zoon niet meer herkent…

Voorafgaand aan het bezoekje aan het verpleeghuis, fiets ik langs sportpark VFC. Met een beetje geluk, kan ik de tweede helft nog meepikken. Mijn zoon speelt zijn wekelijkse wedstrijdje. Op veld één zijn ze net weer begonnen. Ik speur het veld af. De verdediging staat goed, maar ik zie niemand met een baardje. Dit is dus blijkbaar niet het zevende. Eerst maar een bakkie in de kantine. Op veld twee komen de geel-zwarten van VFC inmiddels ook het veld weer op. Met mijn koffie in de hand wandel ik naar de zijlijn. Daar zit één man op de reservebank en dat is zeker niet mijn zoon. Vreemd. Ook in het veld kan ik hem namelijk niet vinden. Dan zal hij wel uit spelen. Ik ben nu wel lekker op tijd bij mijn vader. Hij begroet mij hartelijk. We drinken nog maar een bakkie en na een uurtje fiets ik weer met een goed gevoel naar huis. Mijn zoon is ook al thuis.

“Speelden jullie uit?”

“Nee, hoezo?”

“Ik ben nog even wezen kijken, maar ik kon je niet vinden.”

“Wij speelden op veld twee.”

“Daar zag ik wel geel-zwarten, maar ik heb jou niet gezien.”

“Wij speelden in het wit.”

Het is toch erg als een vader zijn eigen zoon niet meer herkent….

Ruimte

Mensen die veel ruimte nodig hebben. U komt ze vast ook wel eens tegen. Je hebt ze in verschillende categorieën.  Er zijn breedtevullers, lengtevullers en bewegingsvullers. Zoals de term al doet vermoeden, eisen de verschillende vullers ruimte op.  Dat betekent automatisch dat anderen een beetje moeten inschikken, anders past het niet. Bent u er nog bij? Een voorbeeld. Als je regelmatig met de trein reist, zoals ik, dan heb je veel te maken met de breedtevuller. Het is de man of vrouw met een maatje meer. Deze reiziger heeft net zoveel recht op een zitplaats als ik en ploft dus meestal plompverloren neer op de vrije stoel naast mij. Ik zit klemvast en er is volledig contact vanaf mijn knie tot mijn schouder. Omdat ik niet zo van het lijfelijke ben, duurt een ritje Schiedam – Amsterdam vrij lang op deze manier. Van de lengtevuller heb je in de trein pas last als hij of zij tegenover je komt zitten. Ongewenst knietjevrijen dreigt,  maar met een beetje behendigheid van beide kanten hoeft er geen lichamelijk contact plaats te vinden en beperkt het ongemak zich hooguit tot wat spierpijn aan het einde van de rit. Het is natuurlijk allemaal zeer klein leed en de vullers kunnen er meestal zelf ook niets aan doen. Maar de bewegingsvuller kan er wel iets aan doen. In de trein zit deze persoon breeduit met de benen wijd en de krant of laptop opengeklapt. De ellebogen porren regelmatig in mijn flank. Ik maak mij zo klein mogelijk, maar hoe meer ruimte ik vrijgeef, des te meer de vuller gebruikt. Terugduwen heeft geen zin, leert de praktijk. Deze reiziger heeft geen idee dat er nog iemand naast hem zit. Je komt ze ook echt niet alleen in de trein tegen. Zo was ik afgelopen weekend aanwezig bij een uitverkocht concert van de oude-mannen-rockband Kayak. En u raadt het al, naast mij stond er weer één. De man was het besef van tijd en ruimte volledig kwijt. Hij ging volledig op in de muziek. Dat was fijn voor hem, maar niet zo leuk voor mij. Met zijn ogen dicht waant hij zich op het podium. Hij bespeelt het keyboard en wisselt dit instrument naadloos af met de drums. Nu bestaat het drumstel van Kayak uit heel veel trommels en deze gebruikt de fan ook allemaal. Het scheelde verdomd weinig of ik kreeg een klap met zijn virtuele trommelstok op mijn kop.

De moraal van dit verhaal? Kijk even om u heen voordat u een ruimte vult.

 

Zo’n zondag

Het had zo mooi kunnen zijn, maar het werd dus zo’n zondag. Sparta heeft mijn sympathie. Het is de club van West. Een club met historie en een kasteel als stadion. Er moet gewonnen worden van stadgenoot Excelsior, want de laatste plaats past niet bij Sparta. In de laatste minuten tikt Excelsior de drie twee binnen. Sparta staat nog steviger op de laatste plaats. Jammer, maar het gaat natuurlijk om de wedstrijd van half drie. De klassieker. En dat levert ook al geen vrolijkheid op. Eén kans, die er niet ingaat. Gele kaarten, twee doelpunten om de oren en natuurlijk weer een scheidsrechter die in de streken van ventje Veltman trapt. Ajax tegen Feyenoord is zoiets als hopen op een grote prijs in de Staatsloterij. Je denkt steeds maar weer dat je hem kan winnen, maar je weet ook wel dat de kans daarop vrijwel nul is. Gelukkig is het maar een spelletje. Ja, ja….

Er gaat veel geld om in de wereld van het voetbal. Het is big business. Belangrijk voor de economie. Zat je vroeger de hele wedstrijd tegen dezelfde houten reclameborden aan te kijken, tegenwoordig staan er digitale schermen langs het veld met wisselende beelden. Dat levert meer geld op. Ik zie Ziggo en Adidas voorbij komen. Ook Veronica en Fox hebben ruimte ingekocht. Tot mijn stomme verbazing zie ik ineens de naam “T-zorg” langskomen. T-zorg, dat is de club die de huishoudelijke hulp regelt bij mijn oude vader. De club die dames inhuurt die moeten werken met behoud van hun uitkering. Dat is lekker goedkoop. De club ook die deze dames na twee contractverlengingen weer ontslaat, omdat het anders te duur wordt. En de club waar planners werken die de computer de schuld geven als er iets mis gaat. Waarom moet deze thuiszorgorganisatie geld uitgeven aan reclame in een fout voetbalstadion? De privatisering van de zorg kent zijn duistere kanten. De baas van T-zorg vindt waarschijnlijk een paar vrijkaarten voor een voetbalwedstrijdje belangrijker dan het leveren van goede zorg.

Ik, gefrustreerd omdat Feyenoord weer niet kon winnen van die lui uit 020? Welnee, hoe komt u daar nou bij.

Weer een leuke foto

Een goede vriendin maakt mij via facebook attent op de leuke foto. Of eigenlijk twee leuke foto’s. Ook nu weer van een mooie winkel. De foto’s staan op de pagina van “Oud Vlaardingen” en komen uit de collectie van Kees Maarleveld. De foto’s zijn minstens dertig jaar oud. Mijn ouders staan voor hun winkel. De erwtensoep is in de reclame, net als de rookworst en de speculaasjes. Ik denk dat ik zelf de reclamefoldertjes nog bij de klanten in de bus gedaan heb. De Nido was wereldberoemd in de Oostwijk van Vlaardingen. De buurtsuper waar je nog op de pof kon kopen. En als je iets vergeten was kon je na sluitingstijd terecht, want de familie woonde boven de winkel. Die goede oude tijd!

Mijn ouders gingen wel met hun tijd mee, maar aan een computer, smartphone of tablet is mijn moeder nooit toegekomen. Zij is ruim twintig jaar geleden overleden. Mijn vader is nooit zo van de techniek geweest. De modernste toetsten die hij ingedrukt heeft waren die van de elektrische kassa. En nu staan ze ineens weer samen voor de winkel, op facebook. En ze zijn nog steeds beroemd. Ik zie 272 likes en 96 opmerkingen. En wat voor opmerkingen. Allemaal lieve aardige reacties en mooie herinneringen.

Mijn vader woont sinds kort in een verpleeghuis. Hij kan dingen niet zo goed meer onthouden. Een paar tellen, langer lukt niet. Ook de benen, de ogen en de oren doen het niet goed meer. Veel lol heeft hij niet meer in het leven. Maar als we het over de Nido hebben, dan komt er toch een glimlach om zijn mond. Vanmorgen ben ik begonnen met het voorlezen van alle reacties die onder zijn facebookfoto’s staan. Zijn ogen glinsterden. Morgen doen we het nog een keer. En overmorgen weer.

Leuke foto

Er loopt nog niet veel volk door de winkelstraat, het is nog vroeg. Eerst een bakkie koffie en de deur open. Daarna is het tijd om de stofzuiger ter hand te nemen. Ja, ook een winkelbaas stofzuigt wel eens. “Meneer, mag ik iets vragen?”  In de deuropening staat een grote man met een enorme camera op zijn buik. Ik had hem niet opgemerkt. Hij blijft in de deuropening staan. Ik zet de stofzuiger uit en bereid mij voor op de vraag die de meeste mensen met camera’s in Amsterdam stellen. De vraag naar de juiste weg. “Mag ik een foto van u maken?”  Deze zag ik niet aankomen.

“U wilt een foto maken?”

“Ja, ik zag u net door de etalage heen, en dat zag er zo leuk uit. Mag ik daar een foto van maken?”

“Een foto van de etalage? Maar natuurlijk mag dat. Graag zelfs.”

“Ja, maar met u er achter.”

“Oh, en gaat u die dan publiceren?”

“Nee, ik maak gewoon leuke foto’s.”

“Nou vooruit dan maar, maar dan moet u beloven dat u de foto ook naar mij mailt. Ik ben namelijk wel benieuwd hoe dat eruit ziet.”

“Dat beloof ik.”

Op 1 januari ontvang ik de foto van die mooie etalage met mijn kop er in. Ik vraag mij toch af of die man gewoon een hobbyfotograaf is, die alleen maar leuke fotootjes loopt te schieten? Hij zou ook zomaar eens een modellenscout kunnen zijn. Dat soort jongens lopen regelmatig door Amsterdam hè. Dat weet u toch? Dus als u deze zomer zo’n  levensgrote poster ziet hangen in een bushokje, met daarop een knappe man met een rond brilletje in een sexy boxershort, dan weet u hoe dat zo gekomen is.

Wat zou het mooi zijn…

Een paar duizend religieuze Joden staan te bidden voor de Klaagmuur in Jeruzalem. Ze vragen hun God om een spatje regen, of eigenlijk een flinke plensbui en dan het liefst een paar weken achter elkaar. Blijkbaar is het spreekwoord “Kinderen die vragen worden overgeslagen” nog niet in het Hebreeuws vertaald.

Het is al vier jaar lang veel te droog in Israël, waardoor de landbouwgronden staan te verdorren en de drinkwatervoorziening in gevaar komt. Minister Uri Ariel heeft vorige week, samen met een paar leidende rabbi’s een openbare bidsessie georganiseerd.

Als God bestaat en hij zou voor regen kunnen zorgen, dan is het ook zijn schuld dat het nu zo droog is. Zou het dan niet zo kunnen zijn dat de God van de Joden hier een bedoeling mee heeft? Zou hij misschien iets duidelijk willen maken? Hij heeft zijn volk tenslotte al eens eerder een jaar of veertig door een gortdroge woestijn laten sjokken. Dat was ook niet voor niets. En het volk deed het. Niet in de laatste plaats, omdat het hen werd opgedragen door hun charismatische leider, Mozes. Samen met zijn broer Aäron, vertelde hij het volk dat het goed zou komen, als ze maar zouden doen wat hij zei. Hij bedacht dat niet allemaal zelf, vertelde hij het volk. Hij kreeg het ingeseind van boven.

Wat zou het mooi zijn als er nu een charismatische Jood zou opstaan, die het volk vertelt dat deze droogte niet voor niets is. Dat er iets behoorlijk mis is. Dat God nogal teleurgesteld is en dat ze nu eindelijk eens dat akkefietje met hun buren moeten gaan oplossen. Regel dat gedoe met Jeruzalem nou eens een keer. Ga er gewoon lekker samen wonen. En stop met het landjepik. Er moet toch iemand te vinden zijn die zo’n verhaal een beetje geloofwaardig over het voetlicht kan brengen? Hij noemt zich Mozes en zegt dat het goed komt, al duurt het veertig jaar. Het komt goed, als ze maar naar hem luisteren, want God heeft het zelf tegen hem gezegd.

Wat zou het mooi zijn als er dan in Oost Jeruzalem een Palestijn rond zou lopen die ook een beetje lekker uit zijn woorden kan komen en zijn mensen een goed verhaal kan vertellen. De Palestijn noemt zich Mohamed en vertelt dat hij van Allah begrepen heeft dat het toch echt niet de bedoeling is om je buren met stenen te bekogelen en al helemaal niet met bommetjes.

Ik betwijfel of God en Allah binnenkort de boel hier op aarde een beetje in de goede richting gaan sturen. Wat zou het mooi zijn als er dit jaar een Mo en Moos opstaan die het hier beneden gewoon samen oplossen. Met een goed verhaal over God en Allah of zo. Dat zou toch mooi zijn?

De handen van de koning

Daar staat hij dan, strak in het pak. De handen gevouwen voor zich, de voeten iets uit elkaar. Mooie antieke Delfts blauwe vazen gevuld met prachtige rode bloemen links op het tafeltje. Rechts aan de muur, moderne kunst. Streepjes op een wit vlak en dat twee keer. Heel apart. Het is Eerste Kerstdag en onze koning spreekt ons toe vanuit zijn woning in Wassenaar. Hij heeft een boodschap, maar welke precies is mij ontgaan. Ik kan hem niet volgen, ik ben steeds afgeleid. Natuurlijk wordt mijn aandacht getrokken door het Delfts blauw, dat begrijpt u. Ook de twee schilderijtjes naast het raam trekken voortdurend mijn aandacht. Vind ik ze mooi, of vind ik dit soort kunst een beetje aanstellerij van de bovenklasse? Ik weet het niet. Maar het meest wordt ik afgeleid door de handen van de koning. Hij kan ze niet stil houden. Het zijn geen grote gebaren die hij er mee maakt. Hij haalt ze binnen elke zin twee keer van elkaar af, toont ons dan de palmen van zijn handen,  om ze vervolgens weer ter hoogte van zijn Koninklijke pielemosie over elkaar heen te leggen. “Twitter maakt het debat soms bitter” vang ik op. Leuk gevonden. Hij heeft het over ik en wij, maar de essentie ontgaat mij. Die handen. Houdt ze stil! Het lukt hem niet en daardoor lukt het mij niet om mijn kop erbij te houden. Het ligt niet aan de koning hoor, hij doet het goed. Het ligt aan mij. De juffrouw van de lagere school vertelde het al op de ouderavond. “Ronald is niet dom, maar een beetje snel afgeleid.”

Ik hoop dat onze koning volgend jaar zijn handen gewoon in zijn broekzakken stopt.

Arme Geert

Het is toch wat, met die Geert Wilders. Reist hij helemaal naar Rotterdam om zijn nieuwe vriendje voor te stellen, een zekere meneer Hegedüs, staan die jongens van Denk daar ook ineens. Niet zo gek natuurlijk als je afspreekt op een veldje voor de Essalam moskee op Zuid, maar Geert had er toch even geen rekening mee gehouden. Foutje. Op die gure donderdag in december moet Geert het journaille ineens delen met die slimme meneer Kuzu en de imam van de moskee, die de dames en heren van de pers ook nog eens trakteert op een heerlijk kopje warme thee. En wat denk je? Een dag later schopt de Grote Blonde Leider zijn nieuwe vriendje al weer op straat. Geert was even vergeten te vragen hoe meneer Hegedüs over de rest van de wereld denkt. En wat blijkt? De beste man wil niet alleen van de moskeeën af, maar hij heeft nog veel meer rare ideeën.  Dat van die Holocaust bijvoorbeeld, dat viel allemaal best wel mee. En mensen met een kleurtje vindt hij maar raar. Die moeten we langzaam maar zeker ook maar ons mooie landje uit zien te werken.  Arme Geert. Hij wist dit niet. Geert wordt een beetje moe denk ik. Hij wil wel, maar hij kan het niet meer zo goed. Je zou bijna medelijden met hem krijgen.