Praatjes

Elke week een praatje van Roon.

Koorts

Met koorts blijf je thuis. Dat is wat we de afgelopen twee jaar geleerd hebben. Nu loop ik al een paar dagen met lichte verhoging rond en het lijkt alleen maar erger te worden. Ik heb het niet op mijn werk verteld en ben gewoon in de trein gestapt. Onverantwoord, hoor ik u denken. In normale tijden zou ik u gelijk geven en zou ik waarschijnlijk ook mijn verantwoordelijkheid wel hebben genomen. Maar het zijn geen normale tijden. Aanstaande woensdag speelt er sinds lange tijd weer eens een Nederlandse voetbalclub in een Europacupfinale. Ik heb last van finalekoorts. Concentratieverlies, slecht slapen, minder eetlust. Het zijn symptomen die bij deze aandoening horen. Ziekmelden is geen optie. Dat doe je niet, maar makkelijk is het allemaal niet. Als fan van Feyenoord ben je wel wat gewend, maar dit keer is het gevoel is totaal anders. Teleurstellingen kunnen wij verwerken als geen ander. De spot en hoon op maandagmorgen van collega’s deert ons niet. De hoop dat het morgen beter wordt houdt ons al jaren op de been. Maar nu staan we gewoon in de finale tegen AS Roma. In een veel te klein stadion in Tirana, de hoofdstad van Albanië, wordt er woensdagavond om 21:00 uur afgetrapt. Albanië, een landje waar ze corruptie zo ongeveer hebben uitgevonden. Vrienden van de Italianen. De scheidsrechter komt uit Roemenië. Een land waar ze niet vies zijn van een paar steekpenningen. José Mourinho is de trainer van onze tegenstander. De man heeft van ontregelen zijn levensdoel gemaakt. Begrijpt u mijn koorts? Altijd die angst dat het verkeerd gaat aflopen. Woensdagavond zal ik ruim op tijd voor de televisie zitten. Elk half uur naar de wc. Logisch, als je de zestig gepasseerd bent, zou je kunnen denken. Maar het  ligt niet aan mijn prostaat. Het zijn de zenuwen. Ik zal schreeuwen, schelden en hopelijk juichen.

Wat de uitslag ook wordt, ik weet nu al dat ik een flesje bier te veel zal drinken. Donderdag is het Hemelvaartsdag. Een vrije dag. Misschien nog een beetje hoofdpijn, maar waarschijnlijk zal de koorts dan wel gezakt zijn. Gelukkig maar.

Tegelwippen

Ons klimaat is aan het veranderen. Het wordt warmer en natter. En daarom is er een NK tegelwippen bedacht. De gemeente die de meeste tegels vervangt voor groen heeft gewonnen. Het is de bedoeling dat tegels vervangen worden door gras, bloemperken en geveltuintjes. Een initiatief om Nederland meer klimaatbestendig, koeler en mooier te maken. In Vlaardingen zijn we wel te porren voor een wedstrijdje en dus worden er overal tegels gewipt. Ook bij ons in de wijk. Hartstikke goed! Het is vernieuwend en kost weinig. Als het over vernieuwing gaat, sukkel ik zelf meestal een beetje achteraan. Er staan bij mij nog gewoon CD-tjes in de kast en er ligt nog geen zonnepaneel op het dak, om over een laadpaal voor de deur nog maar te zwijgen. Maar met tegelwippen ben ik al jaren geleden begonnen. Ver voor het NK bedacht is, heb ik al een rijtje stenen uit mijn betegelde tuin gehaald om er leuke plantjes in te zetten. Met dank aan mijn vrouw, die hiervoor de opdracht gaf. Tegelwippen dus. Ik snap het en ben voor. Maar waarom moeten die tegels precies op de hoek van de straat gewipt worden. Op alle vier de hoeken van het kruispunt zijn de tegels vervangen voor struikgewas, zodat je als voetganger niet meer gewoon kan oversteken. Je moet eerst de hoek om, om over te steken en dan weer terug om je weg te vervolgen. Waarom? Is dat beter voor mijn gezondheid? Kom ik anders niet aan mijn 10.000 stappen? Maar die oude dame dan, met haar rollator? Zij is al blij als ze een paar honderd stapjes haalt. Wie heeft dit bedacht? Is het een idee van de creatieve ambtenaar die eigenlijk tuinarchitect had willen worden? Of heeft een echte stadsplanoloog dit bedacht, die mooie tekeningen maakt op zijn dure Apple iMac en af en toe op zijn smartwatch kijkt of hij wel aan zijn stappen komt?

Er zullen heus geen olifanten door onze straat gaan lopen. Zo erg zal het niet worden met die klimaatverandering, maar ik denk dat er binnenkort wel een paar olifantenpaadjes in onze wijk zullen liggen.

Ditje Kerdel-Bas

11-05-1935 – 08-05-2022

De zwaan zwemt statig in de stralende zon. De meerkoet duikt aan een stuk door en de karpers sloven zich uit. Ze willen ons laten geloven dat we naar dolfijnen zitten te kijken. Het is Moederdag en we zitten in het zonnetje op het balkon van hospice De Margriet. Mijn lieve schoonmoeder krijgt hier niets meer van mee. Ze ligt aan een morfinepomp te wachten op haar laatste adem. Op youtube hebben we de muziek opgezocht die zij graag tijdens haar uitvaart wil horen. Ze wist dat haar einde eraan kwam. Om haar kinderen een beetje te ontzorgen, heeft ze haar uitvaart al voorbereid.

Twee dagen eerder, toen de morfine haar nog niet helemaal verdoofd had, keek mijn schoonmoeder mij aan. “Ronald, Ronald… “ Haar stem is zacht. “Wat is er ma?” “Toen je moeder overleden is, toen heb ik toch goed voor je gezorgd?” Je hebt van die mensen die altijd eerst aan een ander denken en dan pas aan zichzelf. Zo is mijn schoonmoeder. Een leven met de ziekte van Crohn valt niet mee, maar, ondanks haar eigen fysieke problemen, was ze er voor iedereen die haar nodig had. Altijd. Ze was er voor haar man die veel te vroeg aan kanker overleed. Ze was er voor haar kinderen en kleinkinderen in mooie tijden, maar vooral ook als het moeilijk of verdrietig werd. Ze was er voor haar familie, vriendinnen en buren. Als gastvrouw bezorgde ze de leden van de bejaardensoos gezellige middagen en voor de vrouwenclub was ze een actief bestuurslid. En toch twijfelde ze altijd of ze het wel goed deed. Tot op het allerlaatst. Laat ik het hier dan nog maar één keer luid en duidelijk zeggen: Een lievere, wijze, zorgzame moeder als Ditje Kerdel-Bas kun je je niet wensen. Dankjewel lieve schoonmoeder, dat je de afgelopen vijfentwintig jaar zo goed voor mij gezorgd hebt.

De jaren zeventig

“Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”, Johannes 8 vers 7. De dominee vertelt het verhaal van de overspelige vrouw, die volgens de wetten van Mozes gestenigd zou moeten worden. Waarschijnlijk was het meer een gevalletje “me-too”, maar daar hadden ze tweeduizend jaar geleden nog nooit van gehoord. Terwijl ik als kleine jongen met mijn ouders in de kerk zit, ligt Johan Derksen zijn roes uit te slapen. Afgelopen dinsdag vertelde hij wat er die avond ervoor was gebeurd. Het waren de jaren zeventig. Samen met de keeper van Veendam en twee leuke meiden was hij wezen stappen. De avond eindigde in een fiasco, met kots en kaars. Hij vertelde het verhaal om aan te geven dat hij ook niet zonder zonde is en dus zeker niet van plan was om de eerste steen naar Johnny de Mol te gooien, die ook een me-too-tje aan zijn broek heeft hangen. Nog diezelfde avond ontplofte twitter. De hele week buitelden de columnisten over elkaar heen om schande te spreken. De tafels van alle talkshows zaten avond na avond vol met boze mannen en vrouwen. “Genee, Gijp en Derksen moeten van de buis! En wel onmiddellijk.”  Als klap op de vuurpijl kondigt het openbaar ministerie een onderzoek aan naar het voorval van vijftig jaar geleden. In de tussentijd probeert Johan Derksen uit te leggen dat het er in de jaren zeventig allemaal anders aan toe ging en dat hij zich met terugwerkende kracht kapot schaamt voor zijn gedrag van destijds. Kansloos. Macho mannenpraat in het openbaar wordt niet meer getolereerd en er mag zeker niet gelachen worden om stoere sekspraatjes uit de oude doos. Het zal niet lang meer duren voordat de boeken van Jan Cremer en Jan Wolkers ritueel verbrand zullen worden. De kleedkamers van de voetbalverenigingen zullen genderneutraal worden en wee je gebeente als er grappen gemaakt worden over piemels of stukken zeep die op de grond vallen. Levenslange schorsing zal het gevolg zijn. Op straffe van sluiting zal de kroegbaas erop toe moeten zien dat er geen schuine grappen worden gemaakt aan zijn toog.

Het kan verkeren.

Kayak

De oude man gaat glunderend op de foto. Hij staat tussen twee jonge vlotte meiden. Ze zijn een jaar of zestien, zeventien, schat ik. Hij heeft dit concert vast cadeau gekregen van zijn kleindochters. Zij hadden gezien dat Kayak aan een afscheidstournee begon. “Kayak? Dat is toch die band waar opa al die CD-tjes van in de kast heeft staan?” Nog een half uurtje, dan begint het. Ik kom graag in poppodium De Boerderij in Zoetermeer, want ik voel mij er altijd zo lekker jong. Het merendeel van het publiek is een stuk ouder dan ik. Het zou kunnen dat mijn zelfbeeld niet helemaal strookt met de werkelijkheid, maar het gevoel is in ieder geval goed en daar gaat er toch om. Voor mij staan twee vrouwen van een jaar of vijftig. Ze voelen zich ook een stuk jonger. Net als verliefde pubers, kunnen ze niet van elkaar afblijven en ze geven elkaar af en toe een kusje. Het leidt af. De zanger van de band doet zijn stinkende best. Met zijn tamboerijn in de lucht probeert hij de zaal aan het klappen en springen te krijgen. Maar de zaal heeft last van de gewrichten. Er wordt nauwelijks geklapt en gesprongen wordt er al helemaal niet. Zelf klap ik sowieso nooit mee. Dat mag niet meer van mijn vrouw. Ik kan geen maat houden. De mannen van Kayak spelen alsof het hun laatste concert is en het klinkt fantastisch. Maar er zijn nogal wat mensen in de zaal die de band na de eeuwwisseling uit het oog verloren zijn en nu hopen op een vleugje nostalgie. Dat duurt even. Mijn voeten beginnen door te zakken. Het zal de leeftijd zijn. Hoe lang nog? En dan, het laatste nummer. Het zaallicht blijft uit. Zoals het hoort blijven we klappen, fluiten en joelen. En natuurlijk komt er een toegift. Dit is waar we op gewacht hebben: Starlight Dancer en Ruthless Queen. Ik vergeet mijn stijve rug en zere voeten en voel mij weer een jaar of twintig. Maar mijn volgende concert wordt waarschijnlijk toch in het theater, met van die lekkere stoelen.

De sterren

Het is maandagochtend. Voor de school is het druk. Dubbel geparkeerde auto’s, haastige ouders en overstekende kinderen. Met veel moeite probeer ik het grut te ontwijken. Net als ik denk dat het ergste gevaar geweken is, klap ik met mijn voorwiel ergens bovenop. Het blijkt de stalen koker te zijn waar normaal het paaltje in zit, om te voorkomen dat automobilisten het fietspad oprijden. Maar nu zit het paaltje er dus niet in en rij ik het voorwiel van mijn fiets totaal aan gort. Dat is een lekker begin van de week! Gelukkig ben ik nog maar vijf minuten van huis en kan ik rechtsomkeert maken om de auto maar weer eens te pakken. Op dinsdag ook maar met de auto naar het station, want de fiets moet nog naar de fietsenmaker. Als ik aan het eind van de dag weer in mijn autootje stap, blijkt deze zodanig toegetakeld dat hij op zeker niet door de APK zou komen. Op woensdag vertelt de meneer van de verzekering mij, wat ik eigenlijk al wist. De vijftienhonderd euro schade wordt niet vergoed. Een wildvreemde die met een steen op je auto staat te rammen noemen we vandalisme en dat valt niet onder de dekking. Op donderdag moet de papier kliko naar buiten. Als ik aan het eind van de middag de bak weer naar binnen wil halen, blijkt deze verdwenen. In de hele straat is geen kliko meer te zien. Het is duidelijk de sterren staan deze week totaal verkeerd. Maar nog diezelfde avond keert het tij. Feyenoord wint gewoon met drie één in Praag en bereikt de halve finale. Op vrijdagmiddag staat onze kliko ineens weer te stralen aan de overkant van de straat. Mijn vrouw komt er diezelfde middag achter dat zij haar elektrische fiets niet op slot gezet heeft, maar niemand vond dat een reden om er dan ook maar op weg te fietsen. Op zaterdag kan ik mijn eigen fiets ophalen bij de fietsenmaker en hij rijdt weer als een zonnetje. De gemeente Vlaardingen gaat de rekening betalen. En ach, die auto. Hoe zeg je dat ook al weer? Het is maar blik ….

Zwanen

Met de trein van Schiedam naar Delft, dat is een ritje van ongeveer 8 minuten. Soms is er iets aan de hand met een bovenleiding of een wissel, dan duurt het wat langer. Maar als de zwanen zich in de buurt van het spoor begeven, dan ben je als reiziger mooi de Sjaak. “Beste reizigers, u merkt het we staan stil”, klinkt het uit de luidspreker. “We hebben een stilstaande trein voor ons. Zodra we meer weten, informeren wij u.” “Beste reizigers, de trein voor ons staat stil achter een trein die een aanrijding heeft gehad met een zwaan. We vragen nog even uw geduld.” “Beste reizigers, we moeten nog even wachten, de dierenambulance is onderweg.” De dierenambulance? Sleep die zwaan van de rails en rijden met die trein. Er staan drie treinen stil. Weet je hoeveel mensen daar inzitten? Die willen naar hun werk, moeten naar school of hebben een belangrijke afspraak. We zitten midden in de ochtendspits en de NS besluit de dierenambulance te bellen om een aangereden zwaan te reanimeren. Wat is dit? In mijn brein wint de emotie het van de ratio. “Beste reizigers, u heeft het gemerkt. Het duurt langer dan gedacht. De machinist zal buitenlangs naar de andere kant van de trein lopen en dan rijden we terug in de richting van Rotterdam. Onze excuses voor het ongemak.” Een uurtje nadat ik in Schiedam ben ingestapt, stap ik er ook weer uit. Het perron staat stampend vol met forensen die de moed nog niet opgegeven hebben. Bij mij is die inmiddels in de schoenen gezonken. Ik besluit de fiets te pakken  en terug te rijden naar huis. Dan stap ik daar wel in de auto. Vanochtend vroeg ging het nog lekker, met windje mee. Nu heb ik hem pal tegen en blijkt hij toch harder dan ik dacht. En ja hoor, halverwege begint het ook nog te zeiken van de regen. Onder het viaduct dan maar weer het regenpak aantrekken. Twee uur te laat arriveer ik op mijn werk.

Zwanen, het zijn prachtige vogels, vooral in het water en in de lucht.

Op de camping

In 2019 kochten mijn zoon en ik kaartjes voor het driedaagse bluesfestival van 2020 in Grolloo, Drenthe. Omdat ik ongeveer vijfendertig jaar geleden het kamperen definitief heb afgezworen, leek het mij een goed idee om ook een huisje te huren met de luxe van een koelkast, TV en fatsoenlijk sanitair. Op de huurfietsen zouden we dagelijks naar het festivalterrein rijden, zodat we ook nog een lekker biertje konden drinken. Alles was prima geregeld en we verheugden ons op een topweekend. Maar in 2020 werd het bluesfestival uitgesteld. We boekten het huisje om naar juni 2021, maar ook in dat jaar ging ons muziekweekend niet door. Het huisje viel niet meer om te boeken en dus bezocht de familie de Niet vorig jaar de hunebedden op prima huurfietsen. Het ziet ernaar uit dat mijn zoon en ik in juni dan toch echt gaan genieten van drie dagen bluesmuziek met patat, hamburgers en bier. Een maand of twee geleden bedacht ik ineens, dat we nog wel een slaapplek nodig hadden. Het bungalowpark bleek al volgeboekt. Een hotelletje dan maar. Kansloos. Bed en breakfast? Niet tijdens het bluesfestival in juni. Tijdens mijn hopeloze zoektocht wees een aardige telefoniste mij op de website van de Boerhaarshoeve. Daar was misschien nog plek. Het bleek te gaan om de festivalcamping. Ik zag op het scherm van mijn laptop dat 85% van de plaatsen al waren geboekt. Het zweet brak mij uit. Wat te doen? Met de moed der wanhoop klikte ik op de knop “boeken” en reserveerde twee plekken, zodat mijn zoon en ik straks alle twee een tentje kunnen opzetten. En nu moet ik dus drie dagen overnachten op een camping. Niet in een luxe bungalowtent, maar in een klein tentje op een luchtbed. Ik ben inmiddels aan het idee gewend. Ik kijk er zelfs naar uit. Het enige waar ik mij een beetje zorgen over maak, zijn de twee bezoekjes die je als zestigjarige elke nacht brengt aan het toilet. Gelukkig werken mijn vrouw en schoondochter in de zorg. Zij wisten een oplossing. Ik kreeg het alvast voor mijn verjaardag. Een topcadeau: de plasfles.

Zomertijd

Tja, de zomertijd. In 1977 zijn we ermee begonnen. We konden in die tijd niet zo goed door één deur met de Arabieren en dus draaiden de sjeiks in het Midden-Oosten de oliekraan een beetje dicht. Na de autoloze zondag dachten we met de zomertijd het ei van Columbus gevonden te hebben. Energie besparen door de klok in het voorjaar een uur vooruit te zetten. Sinds een paar weken kunnen we helemaal niet meer door één deur met de baas van Rusland en dreigt de gaskraan dicht te gaan. De zomertijd gaat dat probleem niet oplossen, daar zijn de geleerden het inmiddels wel over eens. Waar ze het niet over eens zijn, is de vraag waar die zomertijd dan wel goed voor is. De boeren zeggen dat de koeien het niet snappen en dat de kippen van de leg raken. De natuur is in de war, de campinggasten vinden dat uurtje extra in de avond fantastisch, maar een kwart van alle Nederlanders schijnt een paar weken depressief rond te lopen als gevolg van een verstoord bioritme. Het is gedoe, dat gehannes met die klok, elk voor- en najaar. Dan stoppen we er toch mee, zou je zeggen. Maar zo simpel is dat niet. In de Europese Unie wordt er al jaren over gediscussieerd, zonder duidelijk resultaat. De klok is dit weekend dus gewoon een uurtje vooruit gezet. Sneu voor die vier miljoen landgenoten die nu weer een paar weken met een zwaar gemoed de dag moeten zien door te komen. Persoonlijk snap ik het probleem niet zo. Van mij hoeft die zomertijd niet, maar ik ga er ook niet moeilijk over doen. Mijn bioritme is na een dag al weer op orde. Ik heb de gordijnen goed dicht gedaan en de wekker op zondagochtend een uurtje later gezet. Als je van de dominee of meneer pastoor ter kerke moet, dan had je op zaterdagavond ook gewoon een uurtje eerder je bed in kunnen duiken. Probleem opgelost. Zo ingewikkeld is dat toch niet?

Week 11

Ja, ja, ik weet het. Ik heb verzaakt. Vorige week stond er geen Praatje op deze plek. O, het was u niet opgevallen? Dan ben ik blij dat u nu wel weer bij de les bent, anders doe ik al die moeite voor niets. Het levert toch al niet veel op. Van duimpjes, schaterlachjes of boze blikken kan je niet leven. Dat is de reden dat ik er nog een baantje naast heb. En daar had ik het dus vorige week druk mee, vandaar dat u niets van mij heeft kunnen lezen. Maar dit terzijde.

De ergste corona-ellende lijken we wel gehad te hebben, maar nu krijgen we weer last van het inflatiespook. De thermostaat moet een graadje lager, bij de benzinepomp loop je leeg en in de supermarkt betaal je de hoofdprijs. Afgelopen week mochten we weer eens naar de stembus, voor een nieuwe gemeenteraad. Het werd geen succes. De helft van het land doet gewoon niet meer mee. Geen interesse. “Ze luisteren toch niet”, is een veel gehoord argument. In Rusland luistert de leider wel heel goed naar zijn volk, zegt hij. En wie dat niet gelooft, is als een vlieg in je mond die moet worden uitgespuugd. Die Poetin is volledig aan het doordraaien. De oorlog wordt steeds gruwelijker en er lijkt voorlopig geen einde aan te komen. Gelukkig was er ook nog goed nieuws. Willem Engel is gearresteerd en Margriet van der Linden is gestopt met haar talkshow. Maar dan krijg je ineens een bak Saharazand over je heen en moet je kiezen: In de file voor de wasstraat of op je vrije zaterdag aan de slag met een emmertje sop om je autootje weer een beetje toonbaar te maken. Op zondag mag Max eindelijk zijn rondjes weer gaan rijden, maar dan stopt zijn auto ermee. De jongens van rood en wit staan op het veld bij de godenzonen in Amsterdam en na twee keer drie kwartier lopen ze er weer af om met nul punten terug naar Rotterdam te rijden. Zo gaat het al jaren. Je raakt eraan gewend. Morgen gaat de zon schijnen. De lente is begonnen.