Praatjes

Elke week een praatje van Roon.

Tante Jo

Een mailtje op zaterdagochtend. Het is van een nicht waar ik één keer per jaar contact mee heb. Elk jaar tussen kerst en nieuwjaar sturen we elkaar een digitale nieuwjaarsgroet. Als je het vergelijkt met het contact met alle andere neven en nichten, is dit behoorlijk intensief. Zo gaat dat soms. Mijn nicht bracht verdrietig nieuws. De dag ervoor was haar moeder, mijn tante Jo, overleden. Ik dacht terug aan de tijd dat we nog wel op visite gingen bij tante Jo en ome Jaap. Tante Jo was van het harmonie model. Altijd lief zijn voor elkaar. Zij wist dat als geen ander in de praktijk te brengen. Zij verwende haar kleine neefjes met zelfgebakken appeltaart. De ene keer was deze beter gelukt dan de andere keer, maar mijn tweelingbroertje Dick vond de taart van tante Jo altijd de lekkerste van de hele wereld en liet dat ook merken. Daarmee verwierf hij als zesjarig jongetje al een speciaal plekje in het hart van tante Jo. Dick werd het lievelingetje van tante Jo en hij bleef dat tot aan zijn dood, zesendertig jaar later.

Op een plankje boven de bank staan twee zwart-wit fotootjes. Een van mijn tweelingbroer Dick en een van mijzelf. We zijn een jaar of zes. Twee schattige jongetjes, die van appeltaart houden. Als ik op zondagochtend de gordijnen opentrek, kijkt Dickie mij vanuit het lijstje met pretoogjes aan. Mijn fotolijstje is van de plank gevallen. Ik lig met mijn neus op de grond. Het lijkt een scene uit een film. Na zestien jaar, zien tante Jo en Dick elkaar weer. Ze genieten van appeltaart. Mijn vader is ook van de partij. Hij houdt wel van een plagerijtje. Tante Jo probeerde haar broer er nog van te overtuigen om het niet te doen. “Daar schrikken ze van.” Natuurlijk deed mijn vader het toch en ze hadden plezier. Ik loop straks nog even langs Albert Heijn. Daar hebben ze van die lekkere verse appeltaartjes.

De brief van Mark

Met de kin omhoog en een flink dossier onder de arm richtte de grote leider, Mark Rutte, zich afgelopen zaterdag tot zijn volk. In de krant en op sociale media publiceerde hij een open brief waarin zijn plannen voor de toekomst uit de doeken werden gedaan. Ik weet ook wel dat de beste stuurlui aan wal staan en dat het dus lekker makkelijk is om kritiek te hebben als je zelf niet aan het roer staat. Maar soms moet het toch even. Het is namelijk tamelijk lachwekkend wat Mark ons op de mouw probeert te spelden. Het VVD-campagneteam heeft een goede tekst voor hem geschreven en Mark mocht er zijn handtekening onder zetten. Mark, als staatsman die de verbinding zoekt. “Samen naar de eindstreep. En verder.” Mark toont compassie met ons en legt zijn lot in handen van de kiezer. En daarom vertelt hij ons de drie dingen waar hij de komende jaren mee aan de slag wil:

  1. Zorgen dat mensen werk hebben en dat onze economie weer gaat groeien.  
  2. De zorg versterken, ook om beter voorbereid te zijn op een volgende gezondheidscrisis. 
  3. Een sterke overheid, met een menselijk gezicht én de kracht om te beschermen.

Tien jaar heeft Mark Nederland naar zijn hand kunnen zetten en nu we in een lelijke crisis zitten, komt hij erachter dat je fouten gewoon kunt erkennen. Hij komt erachter dat multinationals minder bijdragen aan onze economie dan hij altijd beweerd heeft, dat de marktwerking in de zorg niet werkt en dat de overheid er helemaal niet meer is om haar burgers te beschermen. Ik vraag mij af hoe de verpleegkundigen deze brief lezen? En de mensen in Groningen? En al die ondernemers die goede medewerkers hebben moeten ontslaan of binnenkort hun bedrijf failliet zien gaan? Volgens mij vraagt Mark Rutte ons in zijn brief om samen met Mark Rutte de ellende van tien jaar Mark Rutte te gaan opruimen. “Samen naar de eindstreep.” Prima, wat mij betreft. Maar daarna heel snel wisselen.

Pech of geluk?

De scheurkalender vertelt mij dat het vandaag de dertiende is. Gelukkig was het gisteren vrijdag, denk ik, wachtend op mijn grote ochtendboodschap. De zaterdagochtend begint prettig. Buiten schijnt de zon uitbundig. Binnen, een lekker sterk bakkie koffie en een dikke weekendkrant op tafel. Op de voorpagina een aankondiging van een interview in het magazine, met de Rotterdamse Fidan Ekiz. Maar het magazine zit er niet bij. De krantenbezorger is vergeten deze bij ons in de bus te doen. Dikke pech. Bovenaan de pagina wordt ik er nog eens aan herinnerd dat het vandaag de dertiende is. Gelukkig kan ik de interviews tegenwoordig ook op mijn telefoon lezen. Ik heb zo’n moderne waar je het schermpje kan aanzetten met de afdruk van je vinger. Als ik mijn wijsvinger van mijn rechterhand tegen het glaasje op de achterkant mijn telefoon druk, lees ik: Geen overeenkomst. Gisteren deed hij het nog. Dat heb je ervan als je als gezagsgetrouw burger luistert naar de minister president. Blijkbaar heb ik mijn handen stuk gewassen. Twee uur later voel ik mijn rechter voet wegglijden over een plaat bevroren sneeuw. Hier is geen redden aan, flitst het door mijn hoofd. Met een gecontroleerde val, land ik met mijn achterwerk op de besneeuwde stoep. Behalve het stokbrood, dat ik net bij Appie heb gekocht, is er niets gebroken. Is dit geluk? Of heb ik pech dat ik niet op de been gebleven ben? Ik heb niet veel taken in het huishouden, maar de badkamer is wel voor mij. Het is een routineklus. Eerst de spiegel en dan van boven naar beneden werken. De vloer als laatste. Op de knietjes met een emmertje sop.  Als ik omhoog kom, stoot ik ongenadig hard mijn harses aan de rand van de wastafel. Oh ja, het is de dertiende vandaag. De dag eindigt op de bank voor de televisie. Matthijs heeft aandacht voor de enorme pech die George Kooymans van de Golden Earring is overkomen. Als eerbetoon speelt de huisband een gruwelijk goede uitvoering van Radar Love. Huizenhoog kippenvel en een paar minuten intens geluk. https://www.youtube.com/watch?v=TZk2le60inY&feature=emb_logo

Burn-out

Jongeren hebben niet zo veel last van het virus, maar ze gaan ten onder aan de maatregelen die we treffen om met z’n allen een beetje gezond te blijven. Theo Immers is directeur van het NCPSB, het Nationaal Centrum Preventie Stress en Burn-Out. Hij zegt dat meer dan tachtig procent van de jongeren tegen een burn-out aan zit. Dat heeft hij onderzocht. Ook de meerderheid van de ic-medewerkers zal uit gaan vallen. Dat heeft Theo ook onderzocht. Negenenzeventig procent zal voor juli van dit jaar ten prooi vallen aan een burn-out. Zou Theo ook onderzoek gedaan hebben bij leraren, ondernemers en jonge ouders? Het wordt niet genoemd in het artikel in de krant, maar als waar is wat Theo zegt, dan ligt ons land komende zomer volledig plat. Psychisch geveld. Ik geloof direct dat de jongelui het lastig hebben en er zullen ook jongens en meisjes zijn die heel erg somber zijn en hulp nodig hebben. Maar om te beweren dat tweeëntachtig procent van de jongeren op het punt van omvallen staat, is natuurlijk gelul van een dronken aardbei. Theo wil ons allemaal een beetje bang maken. Je bent niet voor niets directeur van het NCPSB. De schoorsteen moet ook blijven roken en Theo weet als geen ander dat angst loont. Theo heeft een methode bedacht waarmee “96,2% van het psychisch verzuim kan worden voorkomen” lees ik op zijn website. Je kan bij Theo een coach inhuren die ervoor zorgt dat iedereen in je organisatie psychisch overeind blijft. Ik ben geen gedragswetenschapper en ook geen arts, maar ken wel een paar maatregelen om onze jongelui snel weer op de been te krijgen. Een beetje opschieten met dat prikken en heel veel geld en energie steken in die sneltesten. Zorg dat de festivals doorgaan, de concertzalen open kunnen en de kroegen heel snel weer een biertje kunnen tappen. Misschien een beetje jammer voor Theo en zijn methode, maar het is echt beter voor iedereen. En je zult zien, dat het best goed zit met de mentale weerbaarheid van onze jongens en meisjes.

Opvoeden

Je zal maar kinderen thuis hebben. Of het nou kleintjes zijn, pubers of studenten, het valt allemaal niet mee. Dat opvoeden is normaal al een hele klus, maar in tijden van lockdown, gesloten scholen en een avondklok, is het horror. Voor je het weet lopen ze na negen uur nog buiten en stelen ze viltstiften en zakjes M&M bij de Zeeman. Mijn vrouw en ik hebben de opvoeding van onze zoon gelukkig al een paar jaar geleden succesvol afgerond. De jongen heeft lekker gestudeerd en daarna een goede baan gevonden. Hij heeft het ouderlijk huis verlaten en woont nu in zijn eigen fijne huisje. Ik geef een ruime acht voor het hele project. Af en toe hebben vader en zoon elkaar nog nodig. “Pap, ik werk tegenwoordig thuis. Kan jij een kacheltje ophangen? Pap kan jij er een stopcontactje bij maken?” “Hé Steef, hoe moet dat met die telefoon? Kan jij even naar de printer kijken?” Oude en nieuwe techniek. Zo heeft ieder zijn kwaliteit. Ik wist natuurlijk al dat mijn zoon wat in zijn mars had, maar het is inmiddels wel duidelijk geworden dat hij mij in razende vaart voorbij aan het sjezen is. Is u iets opgevallen toen u op het linkje klikte om dit Praatje te lezen? Kijk nog eens goed. De hele website is vernieuwd. De plaatjes en de praatjes zijn van mijzelf. Een kwestie van tekenen en tikken. Maar dat het er allemaal zo lekker fris uitziet en dat u ook zo fijn kunt klikken heeft u te danken aan mijn zoon. Toen de burgemeester van Rotterdam aan de ouders vroeg of zij wisten waar hun kinderen uithingen toen de stenen door de lucht vlogen, zat mijn kind achter zijn laptop aan roonswereld te knutselen. Hij heeft er zelfs een echte winkel ingebouwd. Kijk er maar eens rustig in rond. Helemaal onderaan de website staat: “Mede mogelijk gemaakt door Stefan de Niet”. Dat is dus mijn zoon. Die acht is inmiddels een dikke negen geworden.

Mark

Mark wilde nog wel door. Stoppen met de eindstreep in zicht, dat was zijn eer te na. Hij heeft zitten piekeren, vrienden gebeld en journalisten gepeild. Hij kon natuurlijk de corona kaart spelen. In een crisis als deze mag je het land niet in de steek laten. Maar het rapport was wel heel serieus. Hij heeft er aan gedacht om een minister of staatsecretaris te offeren. Maar wie dan? En zou dat de kou uit de lucht halen? Voor de vorm, deed hij afgelopen vrijdag nog een poging in de ministerraad. Maar de meesten waren er wel klaar mee. Ze waren ook moe en er viel niet zoveel meer te halen. “Over vier weken begint het verkiezingsreces, dan kunnen we er net zo goed meteen mee stoppen”, zou Arie geroepen hebben. Hij zag er enorm tegenop om weer te moeten uitleggen dat de scholen toch nog langer dicht moesten blijven. Erik had er al helemaal geen zin meer in. Dat gezeur van die Groningers over die bevinkjes! Hij had er toch zeker voor gezorgd dat de gaskraan dicht ging? Wat zitten ze dan nog te zeiken? En dan dat hele gedoe met die kindertoeslag. Was dat soms ook allemaal zijn schuld? Ferd kon niets goeds meer doen, nadat hij een arm om de schouder van zijn schoonmoeder had gelegd. Carola had ook alleen nog maar ruzie met de boeren en Kasja zat zich al heel lang af te vragen wat ze nu eigenlijk nog zat te doen in Den Haag. Mark hoorde het allemaal aan en viel nog een keer uit naar zijn ploeg. Hij vond het enorm tegenvallen, maar het was hem duidelijk. Hij zou naar de koning gaan en dan zou hij het de laatste weken wel in zijn eentje doen. “Ho, ho”, riep Hugo, “ik kan ook niet stoppen hè. Corona weet je nog?” Mark wist al lang dat het zo zou aflopen. Hij had zijn fiets al klaar gezet. De beveiliging had nog tegengestribbeld. “Met de auto naar het paleis is voor ons veel handiger”, maar Mark dacht al aan Rutte IV. Op de fiets is een stuk beter voor het plaatje.

We zijn begonnen

Na een korte winterstop wordt er in de eredivisie weer gevoetbald. Lekker hoor. Ajax wil kampioen worden en kocht voor ruim 22 miljoen een spits. Feyenoord kon niet achter blijven, maar heeft een lege portemonnee.  Vijf ton, daar konden ze net afdankertje uit Argentinië voor krijgen. Het is niet anders. We zullen het ermee moeten doen. In Limburg werd al sleetje gereden en op de haven in Vlaardingen zag ik een flinterdun laagje ijs in een prachtig winters zonnetje. Big Brother is terug op televisie, Umberto heeft weer een eigen talkshow en Mathijs gaat door, maar nu even niet. Hij is positief getest en moet dus een poosje thuis blijven. De rest van Nederland trouwens ook. Mark Rutte maakt zich nog steeds zorgen over de zorg. Dinsdag zal hij ons weer toespreken in een persconferentie. Hij zal verder gaan waar hij gebleven was. Geen versoepeling. Natuurlijk leeft hij mee met de winkeliers en de ondernemers in de horeca, maar de besmettingscijfers zijn nog veel te hoog. We moeten volhouden en onze handen stuk blijven wassen. De burgemeester van Amsterdam geniet van de rust in haar stad. Geen lallende toeristen op de Wallen, dat smaakt naar meer. Gewoon geen wiet meer aan buitenlanders verkopen, heeft ze bedacht. Dan lopen er straks alleen nog maar cultuur minnende dames en heren langs de grachten. Slaap lekker Femke. De virusvarianten vliegen ons inmiddels om de oren. De Britten hebben grote zorgen, maar moeten het nu alleen zien te rooien. In Amerika is corona even geen onderwerp. De Amerikanen bleken toch meer met bananen te hebben dan ze zelf dachten. De republiek stond afgelopen week op haar grondvesten te trillen. Twitter doet de president van dat land in de ban. In Barcelona zijn ze met een mannetje of vijfhonderd naar een concert gegaan. Eerst een sneltestje en dan met z’n allen lekker swingen. Het was een experiment. Over twee weken de uitslag.

Bij ons zijn de eerste spuiten dan toch gezet.

We zijn begonnen. 

Mijmeren

Lekker hoor, al die vrije dagen, maar op dag drie wil je er toch even uit. Een spontaan bezoekje aan familie of vrienden is er nog niet bij. Er mag dan licht aan het einde van de tunnel zijn, maar er is nog niemand die een prikje heeft gehad. We gaan voorlopig nog even door waar we gebleven zijn. Misschien gewoon een stukje fietsen, dat kan altijd. Even langs mijn familie op de begraafplaats. Daar speelt corona geen rol. Ze zijn toch al dood. Bij de ingang geen bordjes met “mondkapje verplicht” en “1,5 meter”. Ook geen pompje om je handen te desinfecteren. Wat een verademing. Het is fris, grijs en een beetje troosteloos. Groene aanslag op de stenen, rottende bladeren op de grond. Maar het is droog, bijna windstil en de vogeltjes fluiten vrolijk. Best lekker. Twee steentjes achter Daniël ligt een meisje dat hetzelfde lot trof als onze zoon. Ze is van oktober 1998. Tweeëntwintig zou ze zijn, iets ouder dan ons kind. Misschien zouden ze elkaar afgelopen week ontmoet hebben op een illegaal corona-feestje. Oh nee, zoiets doet mijn kind natuurlijk niet. Haar zusje heeft een lief gedicht geschreven. Een geplastificeerd A4-tje staat tegen het steentje. Ik loop altijd hetzelfde rondje en mijn vader en moeder zijn dus de volgende om even langs te gaan. Fijn dat mijn vader al die corona-ellende in de het verzorgingshuis niet meer heeft hoeven meemaken. Mijn moeder had het heel graag mee willen maken. Ze was hartstikke boos, dat ze al zo vroeg moest gaan. Ik kijk naar de datum op de steen en reken terug. Al ruim drieëntwintig jaar! Nog een stille groet aan oma Schippers en door naar mijn broer, Dick. Ik bewaar het beste altijd voor het laatst. Even mijmeren bij zijn steen. Hij zou wel raad geweten hebben met onze stuntelende politici. Tijd om terug te wandelen naar mijn fiets. Niet te snel. Buiten begint het nieuwe jaar echt, geen ontkomen aan.

Het zit er bijna op

Nou het zit er bijna op. Nog een paar dagen. Wat een kut jaar (sorry). Snel vergeten. Vakantie geannuleerd, concert afgelast en het biertje in de kroeg mocht niet. De gezelligheid in december is op het laatste nippertje ook nog even door onze neus geboord en de nieuwjaarsreceptie gaat uiteraard niet door. Dat laatste vind ik persoonlijk dan nog wel positief. Niet na hoeven denken, geef ik alleen een hand of moet ik ook zoenen? En wie dan wel en wie niet? Bijna ging de oudejaarsconference van Youp niet door. Zijn allerlaatste. Gelukkig doet hij het toch, ondanks de lege zaal. Ik kijk ernaar uit. En dan in januari met z’n allen uithuilen, in februari de tranen drogen en in maart opnieuw beginnen. Nou ja, misschien een maandje later. In maart moeten we namelijk naar de stembus. Er moet nog afgerekend worden. Ruim twee maanden hebben we, om de balans op te maken. Wat is er kapot? Wie krijgt de schuld? Valt er nog wat te repareren? En wie mag dat gaan doen? Ik weet niet hoe het met u is, maar ik ben behoorlijk in de war. Er zijn het afgelopen jaar maatregelen genomen die ik niet begrepen heb. Ik heb mij zitten opwinden voor de televisie. Ik geef het toe, het zag er kinderachtig uit. Tijdens talkshows en persconferenties waren mijn woede uitbarstingen soms erger dan tijdens een wedstrijdje Europacupvoetbal van Feyenoord. Natuurlijk valt het niet mee om een land te regeren, maar als het makkelijk was, dan zou ik het zelf wel doen. Die lui in Den Haag worden ervoor betaald om het allemaal een beetje lekker te regelen voor ons. Waarom loopt zo’n toeslagenaffaire dan zo dramatisch uit de hand? Waarom ligt er een hospitaalschip ongebruikt in de Rotterdamse Waalhaven, terwijl de ziekenhuizen de reguliere zorg uitstellen? Donderdagavond zal Youp nog wel een paar vingers op zere plekken gaan leggen. Daarna drinken we een glas en ga ik het advies van Youp, dat ik in de krant van hem las, ter harte nemen:  “Zeur niet zo, zeik niet zo, lach alsjeblieft.”

Poepen

Half maart sloten de scholen hun deuren. Ook de sportscholen, coffeeshops en cafés moesten dicht van de minister. Het Nederlandse volk was in shock en reageerde met een run op wc-papier. U weet dat waarschijnlijk nog wel. De supermarktbazen probeerden ons gerust te stellen. “Nergens voor nodig, dat hamsteren.” Cartoonisten maakten grappige plaatjes en er verschenen leuke filmpjes op TV en de sociale media. De supermarktbazen bleken gelijk te hebben. Hun winkels bleven open en de wc-papierfabrieken mochten hun rolletjes blijven draaien. Niets aan de hand dus. Inmiddels zitten we alweer in een lockdown. Onze grote roerganger Rutte heeft ons voor de tweede keer alle geneugten van het leven ontnomen. De boel moest weer op slot. Ook deze keer zei de minister president niets over de wc-papierfabrieken. Die mochten gewoon doordraaien. De bakker, groenteboer en de supermarkt bleven ook deze keer weer open. Geen enkele reden tot paniek. We mopperen een beetje, blazen stoom af op twitter en luisteren al lang niet meer naar de grijs gedraaide platen van de virologen. Na driekwart jaar coronamaatregelen weten we inmiddels wel hoe het werkt. Tenminste, dat dacht ik…. Maar toen ik deze week mijn rondje door de supermarkt maakte en ik pad drie bereikte, besloegen spontaan mijn brillenglazen. Ik zette mijn bril af en wist niet wat ik zag. Niets. Vijf meter met alleen maar lege planken. Vorige week lag het hier nog bommetje vol met wc-papier. Hoe kan dat nou? Heb ik iets gemist over de bijwerkingen van het vaccin? Heeft er toch weer een oliebollentest in de krant gestaan? Leveren de baksels dit jaar darmklachten op? Ik vrees dat Pavlov langzaam in de geest van de mensen is gekropen. Als de minister president ons vanuit het Torentje toespreekt, gooit het volk de winkelwagentjes vol met wc-papier. Naast de Pavlovreactie blijkt het virus ook kuddegedrag in de hand te werken. Corona maakt meer kapot dan je lief is. Of zou je van thuiszitten gewoon meer gaan poepen?