Praatjes

Elke week een praatje van Roon.

Gele paraplu

Zondag liepen ze weer door Amsterdam. Ze noemen het een Walk of Freedom, de mensen die niet van prikken houden, maar wel van vrijheid. Ze dragen gele paraplu’s waarop teksten staan als vrijheid, liefde en hoop. Wie is het daar nou niet mee eens? Op een spandoek lees ik: “Gooi de boel weer open – Laat de mensen vrij – In de prik geloven – Verziekt de maatschappij”. Poëzie van de bovenste plank. Maar de boodschap is minder universeel dan die van de parapluutjes. Ik voel mijn wenkbrauwen fronzen. Twee keurige dames hebben ook hun best gedaan. Vol trots vertellen  ze dat ze niet gevaccineerd zijn. “Don’t worry be WAPPIE” hebben ze op een witte vlag laten drukken. Best grappig voor boze demonstranten. Het is een aardige stoet en er zullen zeker mensen tussen lopen die serieuze zorgen hebben, maar toch ben ik blij dat ik mijn twee prikkies heb gehad en dat ik heel veel mensen in mijn omgeving ken die ook met heel veel plezier hun mouw opgestroopt hebben.

Terwijl de stoet met gele paraplus door Amsterdam trekt, lees ik een bericht dat de  Europese Unie honderden miljoenen extra dosis van het Pfizer en Moderna vaccin hebben besteld. Uit onderzoek van de beide farmaceuten is namelijk gebleken dat we met een derde prikje nog beter beschermd zijn tegen dat verfoeide virus. Een beetje extra voorraad kan dan geen kwaad, moeten ze in Brussel gedacht hebben. En je raadt het al, de verkoopdirecteuren van Pfizer en Moderna hebben meteen hun prijzen maar even flink verhoogd. Als je nu een paar aandelen hebt van deze farmaceuten, dan zit je gebakken. Ik denk trouwens dat er in Amerika ook een paar directeuren zich drie slagen in de rondte aan het lachen zijn. Handenwrijvend kijken ze uit naar hun bonus aan het einde van het jaar. Misschien ga ik toch eens bij Bol.com kijken of ik nog een geel parapluutje kan scoren.

Te dik

Je ziet ze steeds vaker. Op televisie, in de krant en op de covers van de bladen. Blije dikke vrouwen. Vrouwen met een maatje meer, maar ook vrouwen met heel veel maatjes meer. En dat is goed, vinden een batterij aan de deskundigen op twee pagina’s in mijn zaterdagkrant. Die graatmagere modellen op de catwalk waren natuurlijk een heel slecht voorbeeld voor onze opgroeiende dochters. Dat is een waarheid als een koe. Maar waarom moet het dan weer meteen zo doorslaan? Mijn oma zaliger leerde mij dat overal waar te voor staat niet goed is. “Behalve tevreden”, voegde zij er dan altijd aan toe. Te dun is niet goed, maar te dik lijkt mij ook niet oké. Ik heb begrepen dat we in de westerse wereld te maken hebben met een obesitas epidemie. Het zou zomaar kunnen dat hier meer slachtoffers door gaan vallen dan door het virus dat nu over de wereld raast. Het is natuurlijk harstikke fijn voor actrice Esmee van Kampen en zangeres Shirma Rouse dat ze zo goed in hun ruime velletje zitten en dat ze hartstikke blij zijn met hun rondingen. Maar eerlijk is eerlijk, hier past het woordje te voor. Duidelijk te dik. Niet gezond. Geen voorbeeld voor onze dochters. Trouwens ook niet voor onze zonen. Maar dat is weer een heel ander verhaal, vrees ik. Ik heb mijn zoon opgevoed met Chantal Janzen en Annechien Steenhuizen als voorbeelden van vrouwelijk schoon. Niet te dun en niet te dik. Precies goed, wat mij betreft. “Ja, dat weten we nu wel Roon”, hoor ik u denken. Sorry. Als hetero man kijk je ook naar het plaatje. En onwillekeurig draag je dat dan weer over op de volgende generatie. Maar wees gerust. Ik heb de les van mijn oma in mijn oren geknoopt. Niet te… Soms is dat een beetje saai en grijs, maar ik ben er best tevreden mee. En mijn zoon? Die is niet te dik.

De ultieme test

Moeder Natuur is behoorlijk pissig. Ze lijkt een verbond gesloten te hebben met die andere grootheden, de heren Allah en God. “Die lui op de aarde zijn de boel aan het vekloten en verdienen een serieuze waarschuwing.” Als je een beetje aanleg hebt voor religie, zou je in dergelijke scenario’s kunnen denken. De drie hebben Magere Hein de opdracht gegeven een paar van die aardbewoners op te halen in de hoop dat ze een beetje gaan luisteren. Nou, dat hoef je aan die Magere niet twee keer te vragen. Met behulp van een kolere virus deelt hij enorme klappen uit en als ze het in dat decadente Westen niet begrijpen, dan regelt hij een paar verschrikkelijke hoosbuien om nog paar luitjes op te halen.

Tot nu toe hebben de hogere machten mij en mijn naasten gespaard van bovengenoemde ellende. Geen virus en nog steeds droge voeten. Als je gevoelig bent voor religie, dan zou je dat als beloning voor goed gedrag kunnen beschouwen. Persoonlijk heb ik niet zo’n last van die gevoeligheid. Waar ik wel last van heb, zijn moeilijke voeten. Goede schoenen zijn belangrijk en dus sleepte mijn vrouw mij afgelopen vrijdag mee naar de grote stad. In de vierde winkel vonden we het juiste paartje. Als pantoffeltjes zaten ze. “We zijn weer leuk geslaagd”, constateerde ik om vijf uur in de middag. “Wat doen we? Gaan we direct naar huis of zullen we hier een hapje eten.” Het is mooi weer en de terrassen lonken. We zwichten voor de verleiding en vinden een fijn terras. Op de kaart zie ik vegan burgers met of zonder vegan kaas. Vegan kaas? Ik wist niet dat het bestond. Alles blijkt vegan, zelfs de salade. Een lichte paniek overvalt mij. De juffrouw van de bediening is nog niet langs geweest. We kunnen nog weg. Een kwartiertje later zitten mijn vrouw en ik op het terras van “De Beren” en bestellen een kipstaté en een BerenBurger.

Als je een beetje religieus bent ingesteld, zou je kunnen denken dat ik niet voor niets bij die vegan tent ben beland. Sturing van boven. Een ultieme test. Dikke kans dat ik u volgende week moet vertellen dat mijn straat alsnog is ondergelopen als gevolg van een enorme onweersbui.

De wereldverbeteraar en de recalcitrant

“De ochtendspits is nog lang niet wat hij ooit geweest is. Ruimte zat in de trein. Ik mag hier trouwens mijn mond toch niet open doen, dus gevaar op het verspreiden van druppeltjes is er niet.” Dat zal de stoere man in de stiltecoupé gedacht hebben. Hij heeft het mondkapje onder zijn kin hangen. In Gouda stapt een magere man met een klein rond brilletje in. Geeft niets, er zijn meer mensen met ronde brilletjes. Over zijn hoge rug draagt hij een te ruim zittend, groen katoenen, mouwloos vest. Zo eentje als boswachters ook wel dragen. Aan zijn voeten sandalen. Een type wereldverbeteraar. Hij is al aardig op leeftijd. Het zou mij niet verbazen als hij er in de jaren zeventig al bij was om in Kalkar tegen kernenergie te demonstreren. De rust is sereen en de meeste stoelen zijn nog vrij, maar toch loopt de man door. Via de klapdeur stapt hij de stiltecoupé binnen. Helemaal achterin ziet hij iemand met een mondkapje onder de kin. Dat kan natuurlijk niet. En hij spreekt de man in overtreding aan. Je bent wereldverbeteraar of je bent het niet. Als hij geen reactie krijgt, probeert de wereldverbeteraar het nog een keer. De recalcitrante man staat op en begint te schreeuwen en te wijzen. Ik zit te ver weg om het te verstaan, maar heb een vermoeden wat er gezegd wordt. Het dreigt finaal uit de hand te lopen. Net op tijd kiest de wereldverbeteraar eieren voor zijn geld en gaat zitten. De rust lijkt weer te keren, maar nog geen twee minuten later stiefelt hij met een rood hoofd langs mij heen, om enkele ogenblikken later terug te keren met de conducteur in zijn kielzog. De wereldverbeteraar blijkt een verrader. Hij wijst de man aan die zijn mondkopje niet op de correcte manier draagt. Het mondkapje moet over neus en mond gedragen worden! Regels zijn regels. Ik ben niet zo goed in leeftijden schatten, maar deze wereldverbeteraar is op zeker van na de oorlog. En dat vind ik een geruststellende gedachte.

Vakantie II

Als in Nederland de regels drastisch versoepeld worden en de jongelui hun kans nog even grijpen om aan virusverspreidertje te doen, liggen mijn vrouw en ik te zweten onder de Griekse zon. Oorzaak: Niet geannuleerd, in de veronderstelling dat het na een jaar wel over zou zijn en vlak voor de vertrekdatum van code oranje naar geel. Het is stil op het strandje. Geen gedoe om een ligbedje te bemachtigen. De ober is er als je hem nodig hebt. ’s Avonds is het rustig in de straatjes en hoeven we niet te zoeken naar een tafeltje voor twee. We kunnen overal aanschuiven. Alleen op de avond van Nederland  – Tsjechië is het terras afgeladen vol. Na twee keer drie kwartier is het ook zo weer leeg. Sneu voor de Griekse kroegbaas die hier zo naar uitgekeken had. De eilandbewoners van Kos leven van schuifelende hordes door de straatjes, overvolle terrassen en mannen met rooie ruggen en grote glazen bier. Maar de Engelsen mogen nog niet en de Duitsers komen wat langzamer op gang. Ze moeten het hier voorlopig nog even doen met een paar groepjes Nederlandse tieners die net hun eerste diploma op zak hebben en mannetjes die zich goed insmeren en sparkling mineraalwater en ijskoffie drinken. Misschien een glaasje wijn bij het eten en hooguit 2 biertjes op een avond. En toch hebben alle Grieken een brede glimlach op hun gezicht, in het hotel, op de terrassen en in de winkeltjes. Het is hun vak, dat weet ik ook wel, maar het afgelopen jaar was er niet eentje om vrolijk van te worden. Wij zijn hun eerste sprankje hoop. Vanaf nu zullen er steeds meer vliegtuigen gaan landen. Langzaam maar zeker zullen de straatjes weer vollopen. Ook de mannen met de dikke buiken zullen dat weer doen.

Tevreden en voldaan verlaten mijn vrouw en ik na een weekje verwennerij het eiland Kos. Op het vliegveld geen lange rijen voor de incheckbalie en in het vliegtuig hebben we drie stoelen voor ons tweeën. Zo’n coroacrisis wil je natuurlijk nooit meer, maar dit nadeel bleek afgelopen week ook stiekem wel een lekker voordeel.

Vakantie

We hebben er lang naar uitgekeken, mijn vrouw en ik. In november 2019 boekten we weekje zon. Het was nog even spannend, maar drie weken geldeden sprong het Griekse eiland Kos dan toch op geel. De koffers konden worden gepakt. Heerlijk bakken aan het strand, een beetje cultuur snuiven, terrasje hier, restaurantje daar. En natuurlijk veel vrolijke foto’s voor fees- en fotoboek. Maar achter al die vrolijkheid zit ook een donkere kant. U weet dat misschien niet, maar zo’n weekje zon gaat niet vanzelf. Dat begint al ruim van te voren.

“Heb je de koffers nou al van zolder gehaald?”

“Let even op wat je mee wilt nemen. Gooi dat op tijd in de was.”

“Je moet er een paar shirtjes bij hebben. Zaterdag even naar de stad.”

Door dat hele gedoe met het virus moet je nu ook een negatieve PCR test regelen en blijkt ons vliegtuig niet vanaf Rotterdam The Hague Airport te vertrekken, zoals ons in 2019 is beloofd, maar vanaf Schiphol Amsterdam. Dus ook nog maar een plekje reserveren op P3, ter waarde van een week lang bier drinken. Maar het allerergste is de vertrektijd: 6:50 uur! Dat betekent dus, om drie uur ’s nachts je bed uit. “Heb je alles? Let op de deur, zachtjes. De buren slapen nog.” “Ja, heel Nederland slaapt nog, behalve wij.” Als de zon opkomt, stappen wij met nog een stuk of dertig geluksvogels in de pendelbus van P3 naar de vertrekhal. Het inchecken verloopt, ondanks de extra gezondheidschecks redelijk soepel. We laten de mondkapjes de feestvreugde niet bederven. Het is vakantie! Als we na een vlucht van drie-en-een-half het vliegtuig uitstappen, schijnt de zon uitbundig en zou, normaal gesproken, het grote genieten kunnen beginnen. Voor mij duurt dat nog even. Ik loop de rest van de dag rond met het gevoel van een jetlag van hier tot Tokyo en een totaal verstoorde stoelgang. Allemaal het gevolg van een veel te vroege wekker en een misgelopen ochtendritueel. Het is eigenlijk net als met dat zwemmen in de zee. De eerste stappen zijn verschrikkelijk, maar als je eenmaal door bent is het wel lekker.

Fantasie

In de jaren zeventig van de vorige eeuw reisden mijn ouders elke zaterdagavond met hun kroost van Vlaardingen naar ’s Gravenzande. Na een week hard werken konden zij een beetje op adem komen in een weekendhuisje aan de kust. Het waren mooie jaren. Als de zon scheen, konden mijn broers, zusje en ik lekker afkoelen in de zee en zochten we schelpen, zeesterren en krabbetjes langs de vloedlijn. Schoven er wolken voor de zon, dan maakten we een wandelingetje over het harde zand. De ene keer liepen we naar rechts, de andere keer naar links, richting Hoek van Holland. In 1975 werd er tussen ’s Gravenzande en Hoek van Holland een groot bord geplaats. Naaktrecreatie was toegestaan op dit gedeelte van het strand. Vanaf dat moment liepen we nooit meer naar rechts en werd er ook gewandeld als de zon hoog aan de hemel stond. Mijn moeder en zusje liepen niet mee. Het was iets van de mannen. Het ging ons natuurlijk om de beweging en konden er ook niets aan doen dat je dan al die blote mensen moest passeren. Als we terug waren in ons huisje, merkte mijn vader altijd op dat hij een vrouw in een bikini eigenlijk mooier vond. “Er mag ook wel iets voor de fantasie overblijven.” De laatste tijd denk ik nog wel eens terug aan die woorden van mijn vader. Ik hou van mensen en mag er graag naar kijken. Dan is het fijn als je veel met het openbaar vervoer reist. Maar ja, die mondkapjes… Je moet het doen met de ogen en het kapsel. Voor mij persoonlijk pakt dat niet goed uit. Kapsel heb ik niet meer en ben er pijnlijk achter gekomen dat ik een nogal bejaarde blik in mijn ogen heb. Maar voor sommige mensen ligt dat anders. “Mooi blond is niet lelijk”, zou mijn vader regelmatig zeggen, als we nu samen in de trein zouden zitten. Maar als je het station uitloopt en de mondkapjes gaan af, dan valt het toch vaak tegen.

Fijn dat de mondkapjesplicht in het OV nog niet wordt afgeschaft. Dan blijf ik nog een tijdje fantaseren.  

Blues

Als de kanker hem niet te pakken had genomen, zou Harry Muskee op 10 juni van dit jaar tachtig geworden zijn. Harry heeft net de zeventig gehaald, maar hij blijft de koning van de Lage Landen Blues. In zijn kinderjaren heeft Harry twee jaar in Rotterdam doorgebracht. Ik ben bang dat daar dat triestige is ontstaan. De rest van zijn leven speelde Harry de blues. Dat krijg je, als je een Drent in een grote stad neerzet. Het omgekeerde is ook waar. Een stadsmens in Drenthe gaat meestal ook niet zo goed. Voor een paar dagen is dat best leuk, maar daarna snel weer terug naar de drukte. Vier dagen was voor mij lang genoeg. Een bezoekje aan een hunebed hoort er bij, maar Grolloo is een must. Het dorp is een soort bedevaartsoord voor de blues liefhebber. Midden in het dorp staat het borstbeeld van Harry Muskee. Er liggen bloemen bij. Het boerderijtje waar Harry woonde is omgetoverd tot het Cubymuseum. Er worden mensen weggestuurd, omdat het te druk is. Wij hebben gereserveerd en mogen naar binnen. Groeten uit Grollo, heet het legendarische album uit 1967 van Cuby and the Blizzards. Herman Brood speelde de piano, Harry zong de blues en het dorp werd op de kaart gezet. We vergapen ons aan de memorabilia en luisteren naar de verhalen van Harry Muskee. Als we het museumpje verlaten staat de gastheer van het museum geanimeerd te praten met een enthousiast echtpaar. Er wordt een selfie gemaakt. En dan roept de gastheer: “Doe ze de groeten in Vlaardingen.” “Hé, daar komen wij ook vandaan”, merk ik verbaasd op. Het echtpaar blijkt uit Vlaardingen te komen en de gastheer van het museum woont er ook nog steeds. Vlaardingers hebben een goede smaak, dat blijkt maar weer eens.

“Welcome to the Blues Village Grolloo” staat er op een bord als je het dorp binnenrijdt. Ze zijn er trots op Harry Muskee en de muziek die hij maakte. In Vlaardingen houden we ook van de blues, maar bij ons geen bord met Welcome to the Blues City. Wij hebben geen Harry Muskee. Wij hebben Bassie en Adriaan. Wel een goede reden om nog eens een lekker stukkie blues op te zetten.

Maandag 31 mei

Tijdens het laatste weekend van mei begint dan eindelijk de zon te schijnen. De zomer kan beginnen. Hugo de Jonge vertelt ons dat het harstikke goed gaat met het prikken en dat we waarschijnlijk in september van alle corona maatregelen verlost zullen zijn. Geen muffe mondkapjes meer in bus, trein of tram. De anderhalve meter kan overboord en tijdens verjaardagen geven we elkaar gewoon weer een warme hand of een natte zoen. Heerlijk. Goed gemutst begin ik op maandag 31 mei aan een nieuwe week. Maar rond twee uur begint mijn telefoon te piepen. Een bericht op de NS-app. Er is stront aan de knikker. Het treinverkeer in het hele land ligt plat. Nee hè. Als ik met de bus naar huis moet, doe ik er drie keer zo lang over. Aan het einde van de dag wandel ik het station binnen. Er rijden gelukkig weer een paar treinen. Een stuk minder dan normaal, maar je zult mij niet horen klagen. Ik kan gewoon met de trein naar huis. Om de drukte een beetje te mijden loop ik naar het begin van het perron. De ervaring leert dat daar minder mensen instappen. Dat is belangrijk, want het is nog geen september. Een zitplaats zit er dit ritje niet in. Dat had ik ook niet verwacht, maar voor de zekerheid loop ik de coupé door. Het wordt een plekje op het balkon. Ook hier zijn de klapstoeltjes bezet. Om en om, zoals het hoort. De conducteur blaast op zijn fluit en de deuren sluiten zich. Ik ga een beetje stevig staan en kijk gedachteloos in het rond. De mensen die een klapstoeltje bemachtigd hebben, zitten allemaal met hun hoofd naar beneden. Als de trein zich in beweging zet, kijkt de mooie jonge vrouw op van haar scherm. Haar blik kruist die van mij. En dan krijg ik de schrik van mijn leven. Terwijl ze aanstalten maakt om op te staan, spreekt zij mij aan: “Wilt u zitten meneer?”

Op maandagavond 31 mei 2021 heb ik definitief mijn jeugd verloren. 

Juichen

Vanaf het moment dat Dick Advocaat huilend van het veld afliep, werd het langzaam beter. De Feyenoord supporters konden eindelijk weer eens juichen. Op woensdag stond Donald Pols, een soort Indiana Jones met een Zuid Afrikaans accent, ook te juichen. Zijn kluppie had in de rechtszaal van het grote Shell gewonnen. Frank de Boer maakte bekend, dat Ryan  Babel niet, maar Wout Weghorst wel mee mag doen met het Nederlands Elftal. De weermannen en -vrouwen riepen al de hele week dat de zon ook weer mee ging doen. En verdomd, vrijdag was het zover. De terrassen stroomden vol en de ziekenhuizen leeg. Johan Derksen kondigde zijn vertrek aan bij de televisie, maar we kunnen nog de hele zomer dagelijks op hem afstemmen. De koning en de koningin begaven zich weer onder het volk en hielpen bij het onkruid wieden en het soppen van een cultuurcentrum in Oegstgeest. Om zeven uur op die mooie vrijdag verschenen onze twee grote roergangers, Mark en Hugo, op TV. “Jullie mogen drie dagen eerder naar de bioscoop. Is dat nou niet fijn?” En over een paar weken heeft iedereen een prikkie gehad, verzekerde Hugo ons. Maar onze lachende opperbaas Mark, lijkt er toch genoegen in te scheppen om roet in het eten te gooien. Een voetbalwedstrijdje buiten op een scherm bekijken, dat mag niet. Er moet nog wel iets te handhaven overblijven. “En, denk erom”, waarschuwde Mark ons, “niet meer dan vier vrienden uitnodigen als je voetbal gaat kijken.” Ja hoor, droom maar lekker verder, meneer de minister president. Als jij je nou lekker terugtrekt in de bedompte achterkamertjes van het Haagse Binnenhof, dan gaan wij genieten van een mooie zomer. Doe vooral rustig aan met de formatie van je nieuwe kabinet. Maak je om ons maar geen zorgen. Wij redden ons wel. Afgelopen vrijdag is de zon gaan schijnen en dat blijft hij voorlopig nog wel even doen. En met een beetje mazzel zitten we op 11 juli met heel veel vrienden voor een groot scherm te juichen als Woutje Weghorst er hem in de laatste minuut toch nog inkopt.