Praatjes

Elke week een praatje van Roon.

Nieuw Amsterdam

Jeroen Lokerse heeft een advies geschreven. Volgens mij heeft niemand om dat advies gevraagd, maar Jeroen schijnt een grote meneer te zijn in de vastgoedwereld en dan wordt er iets van je verwacht. Ik had tot afgelopen week nog nooit van deze meneer gehoord en  al helemaal niet van het bedrijf waar hij de baas van is, Cushman & Wakefield. Dat ligt niet aan Jeroen, dat ligt aan mijn te kleine bankrekening. Jeroen is van het grote economische denken, van de mannen van veel, meer, meest. Jeroen houdt kantoor op de Amsterdamse Zuidas. Hij heeft zijn advies aangeboden aan burgemeester Jan van Zanen van Utrecht, die ook voorzitter is van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. De burgemeester is een beminnelijke man en heeft het advies netjes in ontvangst genomen, maar in de auto naar huis moet hij zich kapot gelachen hebben. ”De grootste Nederlandse steden Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht moeten samengaan in één grote metropool met de naam Nieuw Amsterdam”, dat is het advies van Jeroen Lokerse.  “Alleen op die manier kan de Randstad concurreren met steden als Parijs, Londen en Berlijn.”

Hoezo concurreren? Hoezo één grote metropool? Hoezo één naam voor steden die allemaal al prachtige namen hebben?

Jeroen is de weg een beetje kwijt. Verkeerde afslag genomen.  Afslag Zuidas. Het lijkt mij verstandig dat hij daar voorlopig maar blijft zitten. Ga vooral niet op zoek naar de juiste afslag, Jeroen. Rij de afslag Rotterdam Zuid gewoon voorbij. Voor je eigen veiligheid.

 

Een week later

Het is precies een week later. Je gelooft het niet en toch is het echt waar. Dezelfde trein, maar dan de andere kant op en een uurtje of veertien vroeger. Zaterdagochtend, kwart voor acht, Station Schiedam. Het achterste treinstel. Natuurlijk, want lekker rustig en op zaterdagochtend helemaal voor mezelf. Bijna. Ik hoor iets dat op muziek lijkt. Na een beetje speurwerk ontdek ik de bron. Een jonge vent, onderuitgezakt, petje op met daaroverheen een zwarte capuchon. Noord Afrikaanse roots. Neem ik een andere coupé? Nee, want ik zit hier altijd. Waarom doet hij geen oordopjes in of zet hij zo’n loeigrote koptelefoon op zijn kop? Dat doen ze toch allemaal? Een beetje muziek, allah, maar hier houd ik dus niet van. Niet mijn genre. Aan de teksten te horen valt dit in de categorie gangsterrap. Die gozer trekt zich van niemand iets aan. In Delft stapt er nog een forens in. Het geluid dempt. Ik hoor zelfs helemaal niets meer. Af en toe nog een flard, maar dat lijkt per ongeluk.

Den Haag Hollands Spoor. De rapliefhebber loopt langs mij naar de uitgang van de trein. Zijn blik is die van zo’n verongelijkte Mocro die lijkt te zeggen: “Wie maakt mij wat. Ik doe lekker waar ik zelf zin in heb.” Het station ligt aan de rand van de Haagse Schilderswijk. De wijk met de moskeeën, waar nogal eens een haatimam langs komt. We zijn precies op de helft van de Ramandan. Op zijn hoodie lees ik de naam van een installatiebedrijf. Hij draagt bedrijfskleding, net als ik. Waarschijnlijk is hij vanmorgen vroeg uit Dordt vertrokken om op tijd op zijn werk te zijn. In Dordt heb je feestende blonde vrouwen en licht getinte jonge gasten die op zaterdag voor hun baas een klus afmaken.

 

Vrijgezellenfeestje

De mens is een gewoontedier.  In Amsterdam, via de middelste gang naar perron 2a, de trein van 21.34, het achterste treinstel, daar is het lekker rustig. Meestal. Het is zaterdagavond en  een vrolijke boel in de trein. Een stuk of tien uitgelaten vrouwen hebben de coupé in bezit genomen. Loop ik door? Natuurlijk  niet. Ik zit hier altijd. Zij niet. Ik zoek mijn eigen plekkie, en wacht tot de storm gaat liggen. De storm gaat niet liggen, het wordt steeds erger. Ze zingen, ze gieren van de lach, ze krijsen. Er zit drank in. Ze komen uit Dordt. Zouden ze bij de Toppers geweest zijn? Daar lijkt het op, maar ze zijn niet in het roze en volgens mij was er geen middagconcert. Ik volg de Toppers niet zo, niet mijn genre. Het blijkt een vrijgezellenfeestje te zijn geweest. Ik had het kunnen weten. Amsterdam is op zaterdag vergeven van groepjes luidruchtige, vreemd uitgedoste vrouwen en mannen.

Uit de telefoon van één van de dames schalt Barry Manilow, Copacabana. De hele groep blèrt mee.  Ze dansen in het gangpad. De aanstaande bruid voorop. Bij elk station dat we aandoen, stappen er een paar mensen uit. Niemand durft langs de groep, ze nemen allemaal de uitgang aan mijn kant. Ik zie de opluchting op de gezichten. Ze mogen de trein verlaten. Ik nog niet. Op Den Haag Hollands Spoor geeft een jongeman, die net is uitgestapt, een breakdance showtje weg, vlak voor het raampje van de aanstaande bruid. De dames worden gek. Mijn oren piepen.  In Delft durft een jonge jongen te vragen wie van de dames gaat trouwen. De hele groep begint te joelen. Ze joelen bij alles wat maar lijkt op een man.  Met een rood hoofd wenst hij de dames nog veel plezier en stapt uit.

In Schiedam moet ik er ook uit. Loop ik langs de groep of neem ik de andere uitgang. Ik houd wel van een beetje avontuur. Waarschijnlijk zullen ze mij woest aantrekkelijk vinden. Ze hebben wijn op, veel wijn. Als ik opsta, kijk ik recht in de ogen van de aanstaande bruid. Knalrode lippen, zweet op haar voorhoofd. Even is het stil. Doe ik het? Ze kijkt nog steeds. Ik draai mij om en loop snel naar buiten.

Op de fiets denk ik ineens: Wat zou er gebeurd zijn als dit een groepje jongens met een kleurtje was geweest? Jongens die hun telefoon op de speaker hadden staan en meeblerden met hun favoriete gangsterrapper?

Echte liefde

Ik ken een paar mensen persoonlijk en een aantal ken ik van radio of televisie. Allemaal zijn ze bijzonder op hun eigen manier. Jules is creatief, markant en muzikaal. Hugo is maatschappelijk betrokken en kan mooi schrijven. Eveline is gastvrij en kan ouwehoeren als geen ander. Frank en Ed zijn  gewoon aardige gasten. Wat deze mensen gemeen hebben, is dat ze allemaal hartstochtelijk supporter zijn van Sparta, de Kasteelclub uit Rotterdam die niet zo vaak wint. Een half jaartje geleden zag het er somber uit. Helemaal onderaan in het rechter rijtje, daar hoort de oudste club in het betaald voetbal niet te staan. En dus moest de trainer weg. De Kleine Generaal werd in het Kasteel op het schild gehesen. Dick Advocaat moest er voor zorgen dat Sparta weer zou gaan winnen. In ieder geval zo vaak, dat ze niet weer over het randje zouden kukelen. Zes jaar lang speelde Sparta namelijk in de Jupilair League, zeg maar de Eerste Divisie. Dat was afzien voor Jules, Hugo, Eveline, Frank en Ed. Nooit mochten ze op een zonnige zondagmiddag naar het stadion. De wedstrijden worden in die afdeling op vrijdag- en op maandagavond gespeeld. Twee jaar geleden werd er eindelijk weer gelachen in Rotterdam West. Sparta promoveerde en Jules, Hugo, Eveline, Frank en Ed waren gelukkig.

En nu? Hoe is het nu? Afgelopen zondag sodemieterde Dick met zijn mannen weer keihard terug de Jupilair League in. Er werd in eigen huis met drie één verloren van FC Emmen.

Dick gaat verder met zijn leven en de Kasteelclub speelt zijn wedstrijdjes vanaf augustus weer op vrijdag- en, wat een ellende, op maandagavond. Hoe erg ook, Jules, Hugo, Eveline, Frank en Ed zullen ook op maandagavond hun plekkie innemen op het Kasteel. Dat is echte liefde.

Ik weet ook wel dat dit hele verhaal u helemaal niets kan schelen. Voetbal in het algemeen en Sparta in het bijzonder, het interesseert u geen bal.  Maar als u straks, moe van het werk, op een koude, natte  maandagavond in oktober, op de bank  bent neergeploft, denk dan ook eens aan Jules, Hugo, Eveline, Frank en Ed.

Moederdag

Het is een moment van ultiem geluk. Oké, ze zijn wat aan de kleine kant en ze hebben niet allemaal de perfecte vorm, maar ze zijn niet zwart. Ze zijn goudbruin en een voorzichtig hapje leert dat ze ook nog gaar zijn. Het resultaat van de perfecte samenwerking tussen vader en zoon. Gisteren, vlak voor sluitingstijd, stond de zoon voor het koelvak van Appie Heijn. Hij had kunnen kiezen voor de mega variant, maar koos voor de kleintjes, waarschijnlijk om budgettaire redenen. De fles verse jus d’orange was tenslotte ook niet voordelig. Een uurtje of zes later, als de uitslag van het songfestival  bekend is en maar weer eens duidelijk geworden is waarom een groot gemeenschappelijk Europa geen fijn plan is, legt mijn zoon nog één keer uit hoe de oven werkt. Om acht uur zondagmorgen reproduceer ik zijn instructies en geurt ons huis naar versgebakken brood. De croissantjes zijn gelukt. De vader is gelukt.

Ik pak nog snel de föhn in die mijn vrouw heeft gekocht en speciaal voor deze dag op mijn bureau heeft klaargelegd. Het inpakpapier stamt nog uit de maand december, met gouden sterretjes. Beter kan ik niet vinden. Het gaat om het idee. Vijf minuten nadat mijn vrouw, nog een beetje slaperig, op de bank is geploft, stommelt ook zoonlief de trap af. Het feest kan beginnen. Het boek dat Zoon heeft uitgezocht blijkt de juiste keuze en ook de föhn valt in de smaak. Moeder zegt dat het croissantje lekker is en geniet van haar glas verse jus d’orange uit de fles van Appie. De cappuccino is altijd goed, dat is een routineklusje voor mij. Moederdag 2018. Morgen gaan we weer normaal doen.  

Het gonst

Rotterdam heeft Ahmed Aboutaleb. De juiste man op de juiste plaats. Amsterdam had Eberhard van de Laan. Hij hield van zijn stad en zijn stad hield van hem. Ruim een half jaar geleden liet hij Amsterdam verweesd achter. Veel te vroeg.

Ik ben hartstikke voor Rotterdam, maar vertoef vaker in die andere stad. Het gonst daar de laatste weken. Er worden namen gefluisterd. De stad is op zoek naar een nieuwe burgemeester. Moet het een vrouw worden? Jeanine Hennis-Plasschaert, Limburgse van geboorte, maakte furore in het Europees Parlement en haalde als minister net de eindstreep niet. Ze is van de VVD  en kansloos dus. Femke Halsema dan. Zij is wel van de goede partij. Groen Links is populair in Amsterdam. Ze heeft haar sporen verdiend in de politieke arena. Maar ja, ze schreef zelf op dat ze de politiek niet verlaten heeft om een paar jaar later weer ergens terug te keren. Ook niet als burgemeester. De naam van Joop Wijn wordt ook af en toe gefluisterd. “Joop wie?”, hoor ik u zeggen. Joop was ooit één van de kroonprinsen van het CDA. Hij was staatssecretaris van Economische Zaken in het eerste kabinet Balkenende. Joop is van de herenliefde, zou mooi zijn voor Amsterdam. Nadat Joop met het kabinet gevallen was, koos hij voor het bedrijfsleven. Hij was wel klaar met die Balkenende en waarschijnlijk ook met zijn norm. Joop zal niet hoeven kiezen tussen zijn salaris en de stad. Het CDA en Amsterdam passen niet zo lekker bij elkaar. De man met het allerbeste CV is natuurlijk Wouter Bos. Hij is een goed bestuurder, heeft veel politieke ervaring en heeft de juiste “looks”. Klein minpuntje. Hij is lid van de PvdA. Dat helpt tegenwoordig niet echt. De geboren Vlaardinger is ook een uitgesproken supporter van Feyenoord. Dat zou dan wel weer grappig zijn. Ik ben voor Wouter.

De kunstcommissie

De Tweede Kamer heeft haar kunstcommissie weer nieuw leven ingeblazen. De commissie gaat over de kunstwerken die het Tweede Kamergebouw een beetje moeten opsieren. Er is een klein kunstdepotje dat fungeert als kunstuitleen voor Kamerleden. De meeste werken staan er te verstoffen. Het is prutswerk uit de jaren zeventig, ooit aangekocht in het kader van de BKR regeling. Hoogste tijd om er de bezem eens door te halen. De commissie bestaat uit zeven leden met aan het hoofd Alexander Pechtold. Logisch, hij is afgestudeerd kunsthistoricus en is ooit veilingmeester geweest. Voor de PVV zit Fleur Agema in de commissie. Zij heeft als architect meegewerkt aan diverse moderne kantoorpanden en woningcomplexen. Fleur is van de hedendaagse kunst en zal er op gaan letten dat er niet met geld gesmeten gaat worden. Thiery Baudet heeft ook zitting genomen en is een uitgesproken hater van alles wat met moderne kunst te maken heeft. Rem Koolhaas noemde hij ooit “de grootste misdadiger tegen de menselijkheid”. Wat moet dat worden? Thiery en Alexander zijn nou niet bepaald vrienden en de partijstandpunten van Fleur lopen ook niet altijd parallel aan die van Groen Links of de Christen Unie, die ook in de commissie vertegenwoordigd zijn. De leden zullen hun partijruzies opzij moeten zetten en het belang van een prettige inspirerende werkomgeving voorop moeten stellen. Dat zal nog een hele klus worden. Grote bedragen aan oude meesters mogen van Fleur niet uitgegeven worden. Thiery zal best een compromis willen sluiten, maar je moet op z’n minst kunnen zien wat het voorstelt. Een kunstwerk moet natuurlijk wel aan minimale kwaliteitseisen voldoen, anders komt het niet langs Alexander.

Volgens mij is er maar één oplossing. U raadt het al… Zijn kunst is behoorlijk hedendaags en meestal kun je wel zien wat het voorstelt. Joop van Caldenborgh is nog niet langs geweest, dus alles is nog steeds betaalbaar.

Pleister op je neus

Niemand zei er iets van. Niet op straat, niet in de trein, niet in de winkel. Geen enkele blijk van medeleven.  Zelfs geen grappige opmerking. Sinds afgelopen vrijdag zit er een dikke pleister op mijn neus en die valt nogal op. Ik heb getwijfeld of ik wel moest gaan werken, maar ik sprak mijzelf dapper toe. “Niet zo kinderachtig Roon, je bent toch niet ziek.”  Al die mensen die mij aangekeken hebben, moet het zijn opgevallen. Ze zullen het er toch wel even over gehad hebben?

“Zag je dat?”

“Wat?”

“Die man in de winkel.”

“Ja, en… Wat is daarmee?”

“Die pleister. Hij had een hele grote dikke pleister op zijn neus. Zou hij ruzie gehad hebben?”

“Met zijn vrouw? Hij leek mij inderdaad een watje.”

“Zielig”

Op zondagochtend zit de trein weer lekker vol. Allemaal gaan ze genieten van een dagje Amsterdam.  Ik praat niet in de trein, want op weg naar mijn werk. Forenzen praten nooit in de trein. De dagjesmensen wel. Als ze de trein verlaten verandert het onderwerp.

“Zag je die pleister?”

“Welke pleister?”

“Op de neus van die man die tegenover ons zat.”

“Oh die. Hij heeft vast een klap gehad. Zal wel weer zo’n voetbalhooligan zijn.”

“Maar zo zag hij er niet uit.”

“Je weet het niet hè. De vriendelijkste huisvaders veranderen op de tribune in gevaarlijke onvoorspelbare beesten.”

“Vast een Ajax supporter.”

“Dat zou wel heel erg zielig zijn. Ajax voetbalt trouwens niet vandaag. Vanavond is het Feyenoord tegen AZ. De bekerfinale in de Kuip.”

“Oh ja.”

“Misschien is het gewoon een ijdeltuit. Heeft hij zijn neus recht laten zetten.”

“Dat zal het zijn.”

Nederland genoot de afgelopen dagen van het mooie weer en de rest van de wereld had vrijwel zeker iets anders aan zijn hoofd. Niemand heeft het over mijn pleister gehad.

Toch jammer. De volgende keer vraag ik een pleister met een plaatje aan de dokter.

Vrijdag de dertiende

Wie maakt er nou op vrijdag de dertiende een afspraak bij de tandarts? Het viel mee. Geen gaatjes, alleen een beetje tandsteen wegslijpen. Ook bij de supermarkt gaat het voorspoedig. De lege-flessen-inname-automaat werkt gewoon en bij de kassa loopt het soepeltjes door. Zelfs de trein brengt mij zonder vertraging naar Amsterdam. Om negen uur zit mijn werkdag er bijna op. Nog even een printje van de dagomzet maken. De printer spuugt een maagdelijk wit velletje uit. Nee hè, de inkt is op. Waarom nou? Nou ja, als de tram een beetje opschiet, dan haal ik mijn trein nog wel. Het info scherm bij de halte zegt al vijf minuten dat de tram er over één minuut aankomt. Ik moet nu beslissen. Lopen of wachten? Ik ga lopen. Met de tong op mijn schoenen stap ik in de trein. Zie je nou wel. Niks aan het handje alles gaat goed. Na een half uurtje gaat mijn telefoon. “Met filiaal Damrak. De printer doet het niet.” Vijf minuten later komt de conducteur langs en begint omstandig uit te leggen dat de pasfoto op mijn OV kaart er bijna afgesleten is. “Ze zijn inderdaad niet zo krasvast, die kaarten van jullie.” De conducteur kan mijn opmerking niet waarderen en wijst mij er serieus op dat ik persoonlijk verantwoordelijk ben voor de kaart. Ik knik en houd mijn mond. Het is tenslotte nog steeds vrijdag de dertiende, voor je het weet loopt het uit de hand. Zonder verdere tegenslag bereik ik station Schiedam. Dit is niet te geloven. De ketting ligt eraf! Ik weet zeker dat hij er vanmiddag nog om lag. Ik heb door de stalling gefietst tot aan het fietsenrek. Het zal het mysterie van deze vrijdag wel zijn. Met een paar zwarte handen stap ik dan toch op de fiets. Onderweg kan ik nog net uitwijken voor een dode eend, die midden op het fietspad ligt. Hij heeft deze dag niet overleefd. Ik wel, tot nu toe. Om een uur of half twaalf plof ik op de bank. Nog een half uurtje. Ik ben niet bijgelovig, maar op vrijdag 13 juli heb ik alvast een vrije dag ingepland, dan zit ik in het zonnetje in de tuin. De hele dag.

Dick

Zesenvijftig jaar geleden werden wij geboren, mijn broer een kwartiertje eerder dan ik. Vandaag veertien jaar geleden, vierden wij onze verjaardag voor de laatste keer gezamenlijk. Ik ben nog even naar zijn graf geweest. Dat doe ik elk jaar. Gewoon een roos op het steentje leggen en zijn naam lezen. Dick de Niet.  Hoe zou het zijn als hij die tumor niet in zijn kop had gehad? Zou hij dan nog steeds in zijn eentje op dat flatje in de Holy wonen? Elke ochtend om 5 uur op de fiets naar de bloemenveiling in Naaldwijk om “de karren” van de klok naar de klanten te slepen en zich druk te maken over al die zogenaamde managers die het allemaal zo goed wisten? Waarschijnlijk zou hij het dan nog steeds vertikken om zelf voorman te worden. Hij zou ons de weg blijven wijzen in het politieke landschap om ons vervolgens ook nog even stevig de les te lezen. Hij zou onze vader nalopen in het verpleeghuis, dat weet ik zeker. Misschien hadden zijn columns inmiddels een plekje in de krant. Zijn ongezoute mening was te lezen op het internet. Wat zou het mooi zijn als dat boek van hem er dan toch gekomen was en dat Dick mij dan gevraagd zou hebben om de omslag ervoor te ontwerpen. Hij wist mijn werk wel op waarde te schatten. Vier jaar kunstgeschiedenis in Leiden hè. Een gezamenlijk project. Hij voor het slimme werk en ik er achteraan voor het applaus. Net als vroeger. Het resultaat van onze samenwerking lag in de boekenwinkel en deed het goed op Bol.com. Het is best een mooie dag.

Ik lees de tekst op de steen:

Ik kan niet anders verder

Het gaat zoals het gaat

Dick de Niet

Zijn tumor groeide te snel. De dokters konden het niet bijhouden.