Maak je niet druk

Vrijdagavond half elf. De straten zijn zeiknat, maar het regent niet. Ik gok het erop. Zo’n regenpak aantrekken in de fietsenstalling is altijd een gedoe. Na tien minuten begint het te spetteren en weer vijf minuten later heb ik spijt dat ik dat pak niet heb aangetrokken. Nu is het te laat. Ik ben al halverwege en toch al nat. Onder het viaduct stop ik toch maar even om mijn bril af te zetten. Brildragers weten dat het zicht er niet beter op wordt in de regen. Terwijl ik in het donker de brillenkoker zoek, schrik ik mij het apelazarus van een enorme knal. Het is december, dus de jongetjes krijgen weer de kans om hun mannelijkheid te tonen met illegaal vuurwerk. Nog geen twee tellen later gaat er aan de andere kant van de middenberm een auto vol in de remmen. Er stapt een jonge vrouw met hoofddoek uit. Niet dat die hoofddoek relevant is voor het verhaal, maar dan heeft u een beeld van het tafereel. Ze loopt woest op mij af en schreeuwt: “Was jij dat net met dat vuurwerk!? Ik zit met twee kinderen in de auto en bots bijna tegen die wegversmalling aan.” Ik kijk haar verbaasd aan. “Doe even rustig mevrouw. Ik schrok net zoals u. Zie ik eruit alsof ik met vuurwerk loop te spelen? Trouwens, u staat midden op de weg, dat is nogal gevaarlijk.” De jonge moeder geeft geen antwoord en beent door naar het kruispunt. “Als ik hem zie, gaat hij eraan.” “Die vind je niet. Denk aan je kinderen!”, roep ik nog. Geen reactie. Ik laat haar en stap weer op mijn fiets. Onderweg krijg ik een douche van een auto die lekker hard door een hele grote plas rijdt. Ach, ik ben bijna thuis. Het weekend begint. Waar zal ik mij druk over maken?

We gaan vooruit

Een week geleden vonden een paar simpele randfiguren het nodig om een donkere voetballer van de tegenstander uit te maken voor katoenplukker, K-neger en Zwarte Piet. De wedstrijd werd stilgelegd en Nederland was te klein. Iedereen had het er over. De journalisten, de spelers van Oranje en ook onze minister president sprak er schande van. Hij toonde zich weer eens behoorlijk boos. Vervolgens waste hij zijn handen in onschuld, want het was vooral de maatschappij die hier een antwoord op moest vinden. Zo kennen we onze minister president weer. Hij  zou de maatschappij, en de voetbalclubs in het bijzonder, een handje kunnen helpen met een meldplicht  voor halvegaren die we niet meer in de stadions willen hebben. Maar blijkbaar is dat teveel gevraagd.

En toch is de maatschappij al een stuk opgeschoten. In de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg Stanley Menzo (keeper van Ajax) een banaan naar zijn hoofd geslingerd. Dat vonden de supporters grappig. In de voetbalstadions kon je regelmatig apengeluiden horen. Voetbal is niet voor watjes.

Tijdens het EK van 1996 had je witte en zwarte jongens. Edgar Davids maakte in goed Engels duidelijk dat de trainer zijn oren te veel naar de witte spelers liet hangen: “Hiddink must get his head out of players’ asses so he can see better”. Clarence Seedorf was het wel met hem eens en Winston Bogarde is nog steeds boos. In het Nederlands elftal van nu zijn geen witte en zwarte spelers meer. Alleen goede en iets minder goede. De slechte spelers blijven thuis. We gaan vooruit.

Zelf ga ik ook lekker vooruit. Ruim vier jaar geleden vond ik het nog kinderachtig dat mijn kluppie uit Rotterdam Zuid straf kreeg, omdat een grappenmaker een opblaasbanaan op het veld gooide. Grapje, moet kunnen. Afgelopen zaterdag kwam ik in Delft een groepje gitzwarte Zwarte Pieten tegen. Ik betrapte mij op de gedachte dat ik dat wel een heel ouderwets tafereeltje vond. “Het is 2019, dat kan echt niet meer”, dacht ik. Het kan snel gaan.

Aan de datum

Onze premier is bijna over zijn houdbaarheidsdatum heen. Het stinkt nog niet, maar echt lekker ruikt het niet meer in het Torentje. Nog een jaartje en dan is het wel zo’n beetje gedaan.
Alle signalen wijzen op een roemloze aftocht. Ruim twee jaar geleden wilde hij die vreselijke dividendbelasting afschaffen. Een geste aan zijn vrindjes van het grootkapitaal. Niemand in Nederland zag de noodzaak van deze maatregel, alleen Mark voelde tot in het diepst van zijn vezels de noodzaak. Het bleek een sneue vorm van zelfoverschatting. Als er serieuze zaken uitgezocht worden waar iemand verantwoordelijkheid voor moet nemen, dan is Mark niet thuis. Bonnetjes, memo’s van ambtenaren, een bombardement met heel veel burgerslachtoffers. Onze minister president heeft er geen herinneringen aan. Het land moet geregeerd worden en dus zijn dit soort trucjes geoorloofd. Wat moet het land zonder Mark Rutte? Als er een debat gevoerd wordt over de ernstigste crisis die onze minister president heeft meegemaakt, dan regelt hij dat de fractievoorzitters van de coalitiepartijen niet meedoen. Schade aan de coalitie moet voorkomen worden. De rit netjes uitzitten, daar gaat het om. Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren doet wel mee, maar dat boeit de premier geen ene moer. Hij blijft lekker op zijn telefoon koekeloeren. Als hij erop gewezen wordt dat dit niet zo beleefd is, dan gedraagt Mark zich als een verveelde puber. “Ik hoor alles”, mompelt hij zonder van zijn telefoon op te kijken. De geschiedenis is zich aan het herhalen. Minister president Lubbers duwde na drie kabinetten zijn partij de krochten van de oppositie in. Lubbers dacht dat hij de beste was. Wim Kok begon aan het einde van zijn tweede Kabinet ook dergelijke trekjes te vertonen, waardoor Pim Fortuyn kon schitteren. Ook de Partij van Wim kon plaats nemen in de oppositiebanken. En nu denkt Mark Rutte dus ook dat hij zich van niks en niemand meer iets hoeft aan te trekken. Mark weet alles. Mark is de beste. Mark heeft geschiedenis gestudeerd. Ik hoop maar dat daar nog iets van is blijven hangen. Dan kan hij alvast bij zijn vrienden informeren of er binnenkort nog een paar lucratieve commissariaatjes vrijkomen.

 

Tandzorg

De tanden van mijn zoon staan netjes recht. Een jaar of vijftien geleden adviseerde de tandarts een preventief bezoekje aan zijn vriend en collega, de orthodontist. Als ouders wil je niet dat je kind gepest wordt. We sloten een dure zorgverzekering af en brachten ons kind naar de beugelspecialist. Het eerst bezoekje was alleen voor het factuurtje. “Kom over een hafjaar nog maar eens terug.” Bij het volgende bezoek kreeg onze jongen gelukkig een beugel aangemeten. Zonder beugel telde je niet mee op de basisschool. De tandartsen en hun vrienden hebben het goed voor elkaar. Alle kinderen van Nederland zijn aan de beugel. Ik heb het eens gewaagd om aan de Ortho te vragen of het nu wel echt nodig was, die beugel bij mijn zoontje. De man begreep mijn vraag niet. “Het wordt toch vergoed door de verzekering?” Ik kan het niet hard maken, maar het leek erop dat hij het beugeltje in de mond van mijn zoon iets strakker aandraaide dan normaal.

Als de tanden recht staan, dan stokt het verdienmodel. Lieden van 40 jaar en ouder voelen er over het algemeen niet veel meer voor om met een beugel in hun bakkes rond te gaan lopen. Er moeten nieuwe bronnen aangeboord worden. Ook in de tandzorg moet de schoorsteen blijven roken. In mijn polis staat dat er maximaal €38,55 (= 15 min) per kalenderjaar gedeclareerd mag worden voor gebitsreiniging. Mijn tandarts kent die polis ook. U raadt het al. Eén keer per jaar stuurt zij mij (inmiddels is mijn tandarts een dame), “preventief”, een deurtje verder naar haar collega, de mondhygiënist (de mondhygiëniste is inmiddels een man). Ik heb nog maar niet gevraagd of dat nu wel echt nodig is. Als ik achterover in de stoel bij de tandarts lig, heb ik namelijk goed zicht op alle boren die zij tot haar beschikking heeft.

Open brief

Vlaardingen, 27 oktober 2019

Geachte Minister President Rutte,

U bent al weer 9 jaar de leider van ons land. U bent een slimme en verstandige man. U heeft het land op uw manier door de crisis geloodst. Allemaal prima. Maar ik begin mij nu toch ernstig zorgen te maken. Het loopt gierend uit de hand. De boeren zijn boos. De bouw ligt stil en de GGD is bang dat de we ziek worden als u het land vol gaat zetten met windmolens, zonnepanelen en biomassacentrales.  We raken verstrikt in de milieuregels die we zelf verzonnen hebben. Ons mooie landje dreigt piepend tot stilstand te komen. Het is tijd dat u gaat ingrijpen. Kondig een noodwet af, waarin staat dat alle milieuwetten, -plannen en -regels voor minstens een jaar opgeschort worden. Ook alle Europese regels. Daar ligt Moeder Aarde echt niet wakker van. Wat is nou een jaar op het leven van een planeet? Toon dat u een sterke leider bent, dat u niet bang bent. In het belang van Nederland. Stel één keer een daad. Een daad waarmee u de geschiedenisboeken zult halen. Doe een jaar lang helemaal niets. Stop met het maken van regels en wetten. Ga samen met minister Schouten lekker uitwaaien op het Scheveningse strand, duik daarna de kroeg in om dronken te worden en trek u daarna terug in het Torentje. Ga  nadenken. Neem de tijd en laat ons even met rust. Nodig de boeren en de supermarktbazen rond de Kerst eens uit voor een etentje. Schenk een mooi glas wijn voor ze in. Vertel ze maar dat wij best iets meer willen betalen voor ons bekertje melk, stukje vlees en de bloemkool.  Denk nog eens na over onze natuur die wij allemaal zelf aangelegd hebben. Misschien heeft dat zeldzame kevertje het in Duitsland net zo naar zijn zin als op dat kleine stukje heide waar hij nu woont? Als we elkaar dan volgend jaar weer spreken, gaan we ons lekker voorbereiden op verkiezingen en dan beginnen we daarna gewoon weer met een schone lei.

Met vriendelijke groet,

Ronald de Niet

burger

Het is hij of ik

Sinds een paar weken heb ik een stok naast mijn fiets liggen. Voor het geval dat. Als de R in de maand zit, begint de steegspin met zijn webterreur. Elke ochtend een spinnenweb, van de muur naar de schutting, dwars over. Knap werk en het ziet er in de ochtendzon nog best mooi uit ook. Maar mijn steeg is de verkeerde plek. Nadat ik een paar keer met mijn slaperige harses dwars door zijn breiwerk gelopen ben,  is het genoeg. Voordat ik met mijn fiets naar mijn werk ga, inspecteer ik de route naar de openbare weg. Kom ik een web tegen, dan vernietig ik het zonder pardon. Van boven naar beneden klieft mijn stok dwars door de ragfijne draden die de spin de nacht ervoor zo kunstig aan elkaar gebreid heeft. Dat is zielig voor de spin, klopt. Maar het is hij of ik. Het maakt voor de spin trouwens geen moer uit, zijn web gaat er toch wel aan. Is het niet mijn stok dan is het wel mijn kale kop waar zijn kleverige draden aan blijven plakken. Deze morgen is het weer zover. Terwijl mijn stok  nog bezig is met zijn vernietigende werk, zie ik de spin langs de loshangende draden naar boven rennen. Tegelijkertijd zie ik ongeveer dertig centimeter lager een grote spekvreter spartelen. Heb ik de spekvreter gered van een gruwelijke dood of heb ik de spin van zijn ochtendmaal beroofd? Wat moet ik doen? Ingrijpen in de natuur, lijkt mij geen goed idee. Maar feitelijk heb ik dat al gedaan. De twijfel slaat toe. Het is een fascinerend gezicht. Een spekvreter in doodsnood en een dikke, vette, hongerige spin daar vlak boven. Ik besluit mijn telefoon te pakken. De dierenambulance rukt hier niet voor uit, dus dan maar een fotootje. Dat kan tegenwoordig ook met de telefoon. Als ik aan het einde van de dag de omgekeerde route door de steeg loop, is de spekvreter verdwenen. De steegspin zit voldaan op zijn plekje te wachten totdat ik binnen ben. Daarna gaat hij het ongetwijfeld weer proberen. Op precies dezelfde plek.

Carrie

De papieren krant is een beetje ouderwets. Je moet vijftig jaar of ouder zijn om hem te lezen. Ik ben zo’n oude man die elke ochtend zijn krantje van de deurmat haalt. Vind ik gewoon lekker. Omdat ik in Vlaardingen woon, heet mijn krant AD Rotterdams Dagblad. Op zaterdagochtend is dat dubbel lekker, want dan is de krant dubbeldik. Twee bruine boterhammen, bekertje melk en dan pagina twee van de ochtendkrant. De column van Carrie. Ben je ambtenaar, raadslid of wethouder? Ik zou mijn best maar doen, anders krijg je ervan langs. Carrie schopt, slaat en scheldt je de pleuris. In onvervalst Rotterdams vertelt zij wat er mis is en waarom je beter op kunt pleuren. Maar doe je het goed, dan hoor je dat ook. Zo is Carrie dan ook wel weer. Mijn weekend begint pas als het grote rooie Rotterdamse geweten gesproken heeft.

Afgelopen zondag heb ik in cultuurcentrum Kade40 drie schrijfworkshops gevolgd. Eigenlijk had ik er niet zoveel zin in. Ik heb netjes meegedaan hoor. Creatief schrijven en Poëzie, daar gingen de eerste twee over. Ik weet nu dat ik geen roman ga schrijven en u hoeft geen datum te reserveren voor de presentatie van mijn eerste poëziebundel. Die zal er niet komen. De middag in het cultuurcentrum was mij maar om één ding te doen: De workshop Columns schrijven. Nog niet eens om een goede columnist te worden. Daar zijn er al genoeg van. De workshop werd gegeven door Carrie! Mijn grote idool van de zaterdagochtend. Van de workshop heb ik niet veel meegekregen. Als een verliefde puber heb ik in de klas naar de juf zitten staren. Aan het einde van de les heb ik al mijn moed bij elkaar verzameld en gevraagd of ik een selfie met haar mocht maken. Het mocht! Gelukkig heeft Carrie haar tips voor het schrijven van een goede column op een A-viertje gezet. Ik zal ze nog eens doorlezen, dan heeft u er misschien ook nog iets aan.

 

 

 

Houtstook

Het gaat niet goed met het milieu, zeggen deskundigen en spijbelende kinderen. Er moet iets gebeuren. Meer windmolens en nog meer zonnepanelen. We moeten van het gas af en de kolencentrales moeten ombebouwd worden. Kolen vervangen door biomassa, dat is een goed idee, want bio is goed. Onze regering gaat 11,4 miljard euro uitgeven aan subsidie om energie op te wekken uit biomassa. De komende jaren moeten er maar liefst 628 grote en kleine biomassa-installaties komen. In de praktijk betekent dit gewoon dat we weer op hout gaan stoken, want dat is biomassa. Nu is er een club deskundigen, de Europese koepel van wetenschappers, die zegt dat dit eigenlijk een heel slecht idee is. Het verbranden van hout levert minder energie op dan het verbranden van kolen of gas. Bovendien komt er meer CO2 bij vrij dan bij de verbranding van kolen of gas. Waarom doen we het dan, vraag je je als eenvoudig burger af. Omdat na de kap van een boom weer een nieuwe wordt aangeplant. De boom die verbrandt levert CO2 op, maar de boom die groeit neemt CO2 op en dus vinden we het verbranden van bomen ineens klimaat neutraal. Maar ja, als je wel eens een fikkie gestookt hebt, dan weet je dat een boom sneller brandt, dan dat hij groeit. Daar hoef je geen deskundige voor te zijn. Vraag een astmapatiënt of hij liever naast een gaskachel of een houtkachel zit en je weet welke kachel schoner is, daar hoef je ook geen deskundige voor te zijn. En toch gaat onze regering bakken geld uitgeven om op hout te gaan stoken. Zijn ze gek geworden? Ja dus. In Brussel zijn ze op het geweldige idee gekomen dat  je de uitstoot van biomassa (bomen) moet meetellen in het land waar de biomassa is geoogst. En wij halen het hout voor het grootste deel uit Noord Europa en Amerika. De CO2 komt bij ons uit de schoorsteen, maar die tellen we niet mee in onze boekhouding. We boeken het over naar Scandinavië en Amerika. Probleem opgelost! Zo doen onze dames en heren politici dat dus. We worden in de maling genomen, daar hoef je geen deskundige voor te zijn.

Marrakech

Vier dagen Marrakech, Marokko. Dat is vier dagen bloedhitte, vier dagen onderdompelen in chaos, vier dagen genieten van vroeger. De tijd is niet erg opgeschoten in de oude stad. Handkarren, ezels en stinkende brommertjes doen het zware werk. Leuk voor een fotootje. De paarden staan de hele dag in de brandende zon te wachten op het stelletje dat een romantisch ritje wil maken in een glimmende koets. De aapjes op het plein zitten in een kist en mogen er om de beurt uit, om met een touw om hun nekkie meegesleurd te worden door een man in een jurk. De mannen met de toeters en de trommels hebben hun slangen op hun kleedje neergelegd en hangen de fakir uit. Allemaal om een paar centen te verdienen aan de toerist, die zo graag een gekke foto voor thuis wil hebben. De kippen liggen met vastgebonden poten in een kist achterop de oude fiets. Straks gaat hun kop eraf. Dit is Noord Afrika. Hier is geen Partij voor de Dieren. Hier gelden de regels van de Koning en de Profeet. Het portret van de koning hangt overal. Hoe de profeet eruit ziet, weet niemand. Hij heeft namelijk een keer bedacht dat je geen plaatjes van levende wezens mag ophangen. Mozaïeken versieren de vloeren en muren. Ook mooi. De Profeet heeft nog veel meer regeltjes bedacht. De vrouw mag haar mooie haar alleen aan haar eigen man laten zien. Gaat ze de straat op, dan moet er een doekje overheen. De vrouwen die armbandjes proberen te verkopen mogen zelfs hun glimlach niet aan ons tonen. In de verzengende hitte lopen ze in een veel te grote zwarte jurk met handschoenen aan en zwarte doeken over hun hoofd en gezicht. De man die dit bedacht heeft moet een ontzettende vrouwenhater zijn, dat kan niet anders. Of had de Profeet een vooruitziende blik? Was hij eigenlijk een slimme marketingjongen. Wist hij 14 eeuwen geleden al dat je een stevige duit zou kunnen verdienen aan toeristen, als je het allemaal een beetje anders zou doen dan normaal? Ik denk niet dat hij zo slim was. Ik heb drie avonden heerlijk gegeten, maar een glaasje wijn of een koud biertje naast mijn bord had ik wel op prijs gesteld.

Neem een besluit

Er is een advocaat vermoord. Nederland is te klein. Terecht. Iedereen heeft het erover. Iedereen heeft een mening. De regering en onze volksvertegenwoordigers zijn geschokt. Er is weer een grens overschreden. De kranten schrijven, de talkshows praten en de familie huilt. Het is de schuld van de Mocro-maffia. Meedogenloze criminelen die schathemeltje rijk geworden zijn met de  handel in drugs. De politie doet er alles aan om de moordenaar op te sporen. De minister kondigt een anti-drugsbrigade aan.  Peter R. de Vries zegt dat we de strijd al lang verloren hebben en dat legalisering de enige oplossing is. Saskia Noort is het met hem eens. Onze minister-president spreekt het volk aan op haar verantwoordelijkheid: “Denk eens na als je een jointje opsteekt of een pilletje slikt.” Minister Grapperhaus zegt, dat iedereen die een pilletje slikt of een lijntje snuift, misdadigers financiert. Als je er zo over denkt, wees dan ook duidelijk en doe er wat aan. Sluit alle coffeeshops en slinger iedereen op de bon die met een joint in zijn hoofd over straat loopt. Zet bij festivals geen dokters en verpleegkundigen in om festivalgangers op te lappen die een pilletje te veel geslikt hebben, maar flikker iedereen van het terrein af die zo’n pilletje in zijn melis douwt. En al die lui die dat spul in de verkoop hebben, gooi je in de bak. Als je dat allemaal te ingewikkeld vindt of je wilt je grachtengordelvriendjes hun pleziertje niet afpakken, legaliseer dan de boel. Hef 21% btw op elke gram wiet. Zet een heleboel accijns op een lijntje coke en leg de XTC pilletjes in het schap bij het Kruidvat. Zorg er meteen even voor dat de Mexicanen die bij ons komen produceren hun chemisch afval netjes afvoeren en niet in de Brabantse bosjes flikkeren. Verbieden of legaliseren? Het kan mij niet schelen. Ik heb geen verstand van pilletjes, lijntjes of jointjes. Ik haal mijn genot uit een flesje bier of een glaasje wijn. Maar… beste Mark en Fred, neem een besluit. Doe iets en doe het goed.