Wat een verhaal

Een jaar of vijftien geleden stond ik in Praag voor het monument van Jan Palach. Ik zocht hem op in mijn reisgidsje. Jan Palach stak zichzelf op 16 januari 1969 in brand, uit protest tegen de bezetting van Tsjecho-Slowakije. Drie dagen later, op 19 januari, overleed hij in het ziekenhuis. Voor zijn daad, had hij brieven geschreven naar de regering. Hij eiste opheffing van censuur en propaganda. De machthebbers wilden niet luisteren en Jan Palach stak zichzelf in brand om “de waarheid te laten zegenvieren”. Wat een verhaal. Op 19 januari 2020 lees ik in de krant het verhaal van de Rotterdamse juf Stephanie Berger-Debast. Vijftien jaar geleden gaat zij als zij-instromer aan de slag in het onderwijs. Met ziel en zaligheid zet zij zich in voor de kinderen in een achterstandswijk. Ze geeft om de kinderen. In de vakanties koopt ze tweedehands boekjes voor haar nieuwe klas en op vrijdagmiddag trakteert ze vaak op thee met koekjes. Maar ze loopt aan tegen bureaucratische regels en schoolbesturen die andere zaken belangrijker vinden dan het belang van de kinderen. Ze stelt het aan de kaak, ze stuurt mails naar directie en bestuur, maar er wordt niet naar haar geluisterd. Ze wordt er ziek van. Er volgt een moeizaam traject van re-integratie, waarbij er nog steeds niet geluisterd wordt en het lijkt dat de directie haar alleen maar tegenwerkt. Uiteindelijk heeft Stephanie een manier bedacht om de aandacht op de problemen te vestigen. Ze hoopt met haar daad dat het schoolbestuur nu wel zal luisteren. Stephanie heeft een eind aan haar leven gemaakt. Ze heeft haar eigen crematie helemaal voorbereid. Geen toespraken, alleen een zelfgeschreven afscheidsrede. Haar man leest deze voor. “Er wordt teveel bezuinigd op de meest basale zaken zoals goed lesmateriaal, woordenschatmateriaal, leesboeken, computers, koptelefoons,…… “ Stephanie heeft In totaal twaalf punten op papier gezet. Ze wil beter onderwijs. Ze wil het beste voor de kinderen. Op de sterfdag van Jan Palach lees ik het verhaal van Stephanie Berger-Debast. Wat een verhaal!

Juf Stephanie geknakt door werk

De tas

Op Schiphol stap ik over op de trein naar Amsterdam Centraal. Als de laatste vakantieganger de trein verlaten heeft, stap ik in. Oei, daar komt er nog één. Die had blijkbaar niet in de gaten dat hij er al was. Ik zoek een plekje. Hier ligt nog een rugzak. Dan pak ik de stoel aan de andere kant van het gangpad. Wel raar dat er een rugzak ligt, zonder reiziger erbij. Zou die haastige man hem vergeten zijn? Zal ik erachteraan hollen? Misschien mis ik dan zelf de trein? Ik ga rustig zitten. Eigen schuld, moet hij maar opletten. Als we vertrokken zijn, begin ik te denken. Misschien is die tas helemaal niet van die haastige man. Misschien is die tas bewust daar neergelegd. Het zijn rare tijden. Zouden er explosieven in zitten? Als hij afgaat, heb ik geen schijn van kans. Ik zit het dichtst bij. Ik hoef in ieder geval niet te lijden. Ik ben er meteen geweest. Misschien is het slim om een fotootje te maken. Als de recherche mijn telefoon vindt, dan hebben ze een aanknopingspunt. Achter de stoel met de tas zitten twee jongetjes een beetje te vervelen. De moeder roept ze af en toe tot de orde. Voor die gastjes zou het veel erger zijn. Zij hebben nog een heel leven voor zich. Zal ik ergens anders gaan zitten? Als ik terrorist zou zijn, zou ik die bom in de tunnel laten afgaan en die zijn we inmiddels uit. Dus, niet zo kinderachtig doen, Roon. Maar op het Centraal Station in Amsterdam kan je ook veel slachtoffers maken. We rijden het station binnen. Ik sta iets eerder bij de deur dan normaal. De moeder met de twee jochies staan achter mij. Dan hoor ik haar zeggen: “Waar is je tas? Let nou toch eens een keer op. Ga die tas onmiddellijk halen en snel een beetje.”

Leider

De hoogste bazen van de politie en de brandweer zeggen het. De dokters en specialisten ook. De burgemeesters vragen erom. Mijn schoonmoeder zegt dat ze nog een paar boodschapjes moet doen, maar dat ze de straat niet op durft. “Het lijkt wel oorlog hier.” Meer dan de helft van Nederland is het erover eens. De woordvoerder van de VVD, mevrouw Yesilgöz, wil het wel, maar mag het niet zeggen. Hetzelfde geldt voor de Lilian Helder, justitie woordvoerder van de PVV. We moeten het afsteken van vuurwerk tijdens Oud en Nieuw verbieden. Het is gierend uit de klauwen gelopen. Geert Wilders en Thierry Baudet hebben altijd het hoogste woord over cultuur en tradities, maar als het over vuurwerk gaat, kunnen ze de twitterknop niet vinden. Heel apart. Minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus, plaatste op 31 december nog wel een tweet: “Viering van de jaarwisseling is een oude traditie. Brandstichting, vernieling, intimidatie of geweld horen daar totaal niet bij. Wie zich er toch aan te buiten gaat, kan op forse straffen en schadeclaims rekenen. Gebruik je verstand, zodat we morgen terugkijken op een mooi feest.” Het heeft niet geholpen. Ergens in de kantlijn roepen nog wat politici dat ouders hun kinderen beter moeten opvoeden. Te laat. Vraag het aan het ambulancepersoneel, de uitvaartbegeleider, mijn schoonmoeder. Vraag het aan de doeners in dit land. Als er doden en gewonden vallen, dan moeten de leiders opstaan. Dan moet je besluiten nemen. Dan moet je niet nadenken over verkiezingen en opiniepeilingen. Minister Grapperhaus moet met een wet komen die het afsteken van vuurwerk zonder vergunning verbied. Als je eigen partijgenoten of de minister president daar te laf voor zijn en uitstelgedrag gaan vertonen, dan moet je opstappen. Dan ben je een leider.

Methode Roon

Het was weer gezellig. Een paar extra dagen vrij. Een uurtje later opstaan. Ontbijtje met kerststol en roomboter. Iets lekkers bij de koffie, uitgebreid diner, natuurlijk met een glaasje wijn en ’s avonds nog twee. Heerlijk. Maar dan komt het onvermijdelijke moment dat je merkt dat je broek te strak zit. De digitale weegschaal zegt twee kilo extra. Sjonge, dat gaat hard. Wat nu? Nog een paar dagen genieten en hopen dat het bij die twee kilo blijft. Vanaf twee januari ga ik proberen om de buik weer een beetje netjes in de broek te krijgen. De sportschool is geen optie. Ik ben er nooit geweest, maar op de een of andere manier staat het mij tegen. Ik ben bang dat ik van zo’n loopband af sodemieter en dat iedereen dan in lachen uitbarst. De deskundigen zeggen dat je tienduizend stappen per dag moet zetten om een beetje gezond door het leven te gaan. Ga er maar aan staan. Zal ik een app op mijn telefoon downloaden om mij bij de les te houden? Of zal ik zo’n hip horloge aanschaffen? Voor ongeveer vijftig euro heb je een hele mooie, met een hartslagmeter, een bloeddrukmeter, een saturatiemeter (nog nooit van gehoord) en een calorieteller. En hij is nog waterdicht ook. Maar van techniek val je niet af. Sterker nog, meestal word je er dikker en luier van. Om een stappenteller te kopen hoef je geen stap te verzetten. Een paar keer klikken van af de bank en klaar is kees. BOL.com brengt hem de volgende dag langs. Sonja Bakker schijnt ook te weten hoe je een beetje aardig van je kilo’s af kan komen. Zij heeft de Methode Sonja Bakker ontwikkeld. Ik ga vanaf 2 januari aan de slag met de Methode Roon. De broekriem is mijn analoge meetinstrument. Een gaatje extra betekent te veel gegeten en/of te weinig bewogen. Even geen biertje, wijntje en zoutje, maar een spaatje rood en de fiets zonder accu. Net zo lang totdat de riem weer het oude gaatje te pakken heeft. Simpel, doeltreffend en gratis.

Succesvolle mannen

“Ik denk wel dat ik meer tijd moet hebben voor mensen om mij heen. Ik zie mijn dochters lang zo vaak niet als ik zou willen. De opvoedtaken liggen vooral bij hun moeder.” Een citaat van een succesvolle advocaat. In dezelfde krant lees ik een paar pagina’s verder: “De opvoeding van mijn dochters heb ik grotendeels aan mijn vrouw overgelaten, omdat ik altijd aan het werk was. Toen ze een jaar of zeven was, belde de jongste me om te zeggen dat ze de tafel voortaan voor drie zouden dekken, omdat ik toch nooit thuis was.” De succesvolle man vertelt het met een zekere trots. Hij is ook jurist en komt op voor de natuur. Hij zet zich in voor een betere wereld. Dat dat ten koste gaat van zijn gezin, daar is niets aan te doen. Het is een houding die je vaker tegenkomt bij succesvolle mannen. Of ze nu zakenman, arts, wetenschapper of artiest zijn, het gaat om het hogere doel. Dat de eigen kinderen daar de dupe van worden, dat is helaas niet anders. De werkelijkheid is natuurlijk dat niet het hogere doel, maar het ego van de heren voorop staat. Meestal huilen ze een jaar of twintig later krokodillentranen. Ze hebben dan spijt dat ze niet bij het afzwemmen van de kinderen waren.

Dit weekend lees ik een interview met minister Carola Schouten. Zij is moeder van een zoon van achttien en heeft het druk met boeren en stikstof. Ze heeft geen partner en ook bijna geen sociaal leven meer, vertelt ze. Aan het eind lees ik een opvallend verschil met de succesvolle mannen. Ze zegt: “Hoe druk ik het ook heb, als hij (haar zoon) één krimp geeft, laat ik alles uit mijn handen vallen en ga ik naar hem toe.”

Ik weet niet of de kerstgedachte mij week maakt, maar op de één of andere manier lijkt het mij toch goed als er meer vrouwen aan de top komen.

Maak je niet druk

Vrijdagavond half elf. De straten zijn zeiknat, maar het regent niet. Ik gok het erop. Zo’n regenpak aantrekken in de fietsenstalling is altijd een gedoe. Na tien minuten begint het te spetteren en weer vijf minuten later heb ik spijt dat ik dat pak niet heb aangetrokken. Nu is het te laat. Ik ben al halverwege en toch al nat. Onder het viaduct stop ik toch maar even om mijn bril af te zetten. Brildragers weten dat het zicht er niet beter op wordt in de regen. Terwijl ik in het donker de brillenkoker zoek, schrik ik mij het apelazarus van een enorme knal. Het is december, dus de jongetjes krijgen weer de kans om hun mannelijkheid te tonen met illegaal vuurwerk. Nog geen twee tellen later gaat er aan de andere kant van de middenberm een auto vol in de remmen. Er stapt een jonge vrouw met hoofddoek uit. Niet dat die hoofddoek relevant is voor het verhaal, maar dan heeft u een beeld van het tafereel. Ze loopt woest op mij af en schreeuwt: “Was jij dat net met dat vuurwerk!? Ik zit met twee kinderen in de auto en bots bijna tegen die wegversmalling aan.” Ik kijk haar verbaasd aan. “Doe even rustig mevrouw. Ik schrok net zoals u. Zie ik eruit alsof ik met vuurwerk loop te spelen? Trouwens, u staat midden op de weg, dat is nogal gevaarlijk.” De jonge moeder geeft geen antwoord en beent door naar het kruispunt. “Als ik hem zie, gaat hij eraan.” “Die vind je niet. Denk aan je kinderen!”, roep ik nog. Geen reactie. Ik laat haar en stap weer op mijn fiets. Onderweg krijg ik een douche van een auto die lekker hard door een hele grote plas rijdt. Ach, ik ben bijna thuis. Het weekend begint. Waar zal ik mij druk over maken?

We gaan vooruit

Een week geleden vonden een paar simpele randfiguren het nodig om een donkere voetballer van de tegenstander uit te maken voor katoenplukker, K-neger en Zwarte Piet. De wedstrijd werd stilgelegd en Nederland was te klein. Iedereen had het er over. De journalisten, de spelers van Oranje en ook onze minister president sprak er schande van. Hij toonde zich weer eens behoorlijk boos. Vervolgens waste hij zijn handen in onschuld, want het was vooral de maatschappij die hier een antwoord op moest vinden. Zo kennen we onze minister president weer. Hij  zou de maatschappij, en de voetbalclubs in het bijzonder, een handje kunnen helpen met een meldplicht  voor halvegaren die we niet meer in de stadions willen hebben. Maar blijkbaar is dat teveel gevraagd.

En toch is de maatschappij al een stuk opgeschoten. In de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg Stanley Menzo (keeper van Ajax) een banaan naar zijn hoofd geslingerd. Dat vonden de supporters grappig. In de voetbalstadions kon je regelmatig apengeluiden horen. Voetbal is niet voor watjes.

Tijdens het EK van 1996 had je witte en zwarte jongens. Edgar Davids maakte in goed Engels duidelijk dat de trainer zijn oren te veel naar de witte spelers liet hangen: “Hiddink must get his head out of players’ asses so he can see better”. Clarence Seedorf was het wel met hem eens en Winston Bogarde is nog steeds boos. In het Nederlands elftal van nu zijn geen witte en zwarte spelers meer. Alleen goede en iets minder goede. De slechte spelers blijven thuis. We gaan vooruit.

Zelf ga ik ook lekker vooruit. Ruim vier jaar geleden vond ik het nog kinderachtig dat mijn kluppie uit Rotterdam Zuid straf kreeg, omdat een grappenmaker een opblaasbanaan op het veld gooide. Grapje, moet kunnen. Afgelopen zaterdag kwam ik in Delft een groepje gitzwarte Zwarte Pieten tegen. Ik betrapte mij op de gedachte dat ik dat wel een heel ouderwets tafereeltje vond. “Het is 2019, dat kan echt niet meer”, dacht ik. Het kan snel gaan.

Aan de datum

Onze premier is bijna over zijn houdbaarheidsdatum heen. Het stinkt nog niet, maar echt lekker ruikt het niet meer in het Torentje. Nog een jaartje en dan is het wel zo’n beetje gedaan.
Alle signalen wijzen op een roemloze aftocht. Ruim twee jaar geleden wilde hij die vreselijke dividendbelasting afschaffen. Een geste aan zijn vrindjes van het grootkapitaal. Niemand in Nederland zag de noodzaak van deze maatregel, alleen Mark voelde tot in het diepst van zijn vezels de noodzaak. Het bleek een sneue vorm van zelfoverschatting. Als er serieuze zaken uitgezocht worden waar iemand verantwoordelijkheid voor moet nemen, dan is Mark niet thuis. Bonnetjes, memo’s van ambtenaren, een bombardement met heel veel burgerslachtoffers. Onze minister president heeft er geen herinneringen aan. Het land moet geregeerd worden en dus zijn dit soort trucjes geoorloofd. Wat moet het land zonder Mark Rutte? Als er een debat gevoerd wordt over de ernstigste crisis die onze minister president heeft meegemaakt, dan regelt hij dat de fractievoorzitters van de coalitiepartijen niet meedoen. Schade aan de coalitie moet voorkomen worden. De rit netjes uitzitten, daar gaat het om. Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren doet wel mee, maar dat boeit de premier geen ene moer. Hij blijft lekker op zijn telefoon koekeloeren. Als hij erop gewezen wordt dat dit niet zo beleefd is, dan gedraagt Mark zich als een verveelde puber. “Ik hoor alles”, mompelt hij zonder van zijn telefoon op te kijken. De geschiedenis is zich aan het herhalen. Minister president Lubbers duwde na drie kabinetten zijn partij de krochten van de oppositie in. Lubbers dacht dat hij de beste was. Wim Kok begon aan het einde van zijn tweede Kabinet ook dergelijke trekjes te vertonen, waardoor Pim Fortuyn kon schitteren. Ook de Partij van Wim kon plaats nemen in de oppositiebanken. En nu denkt Mark Rutte dus ook dat hij zich van niks en niemand meer iets hoeft aan te trekken. Mark weet alles. Mark is de beste. Mark heeft geschiedenis gestudeerd. Ik hoop maar dat daar nog iets van is blijven hangen. Dan kan hij alvast bij zijn vrienden informeren of er binnenkort nog een paar lucratieve commissariaatjes vrijkomen.

 

Tandzorg

De tanden van mijn zoon staan netjes recht. Een jaar of vijftien geleden adviseerde de tandarts een preventief bezoekje aan zijn vriend en collega, de orthodontist. Als ouders wil je niet dat je kind gepest wordt. We sloten een dure zorgverzekering af en brachten ons kind naar de beugelspecialist. Het eerst bezoekje was alleen voor het factuurtje. “Kom over een hafjaar nog maar eens terug.” Bij het volgende bezoek kreeg onze jongen gelukkig een beugel aangemeten. Zonder beugel telde je niet mee op de basisschool. De tandartsen en hun vrienden hebben het goed voor elkaar. Alle kinderen van Nederland zijn aan de beugel. Ik heb het eens gewaagd om aan de Ortho te vragen of het nu wel echt nodig was, die beugel bij mijn zoontje. De man begreep mijn vraag niet. “Het wordt toch vergoed door de verzekering?” Ik kan het niet hard maken, maar het leek erop dat hij het beugeltje in de mond van mijn zoon iets strakker aandraaide dan normaal.

Als de tanden recht staan, dan stokt het verdienmodel. Lieden van 40 jaar en ouder voelen er over het algemeen niet veel meer voor om met een beugel in hun bakkes rond te gaan lopen. Er moeten nieuwe bronnen aangeboord worden. Ook in de tandzorg moet de schoorsteen blijven roken. In mijn polis staat dat er maximaal €38,55 (= 15 min) per kalenderjaar gedeclareerd mag worden voor gebitsreiniging. Mijn tandarts kent die polis ook. U raadt het al. Eén keer per jaar stuurt zij mij (inmiddels is mijn tandarts een dame), “preventief”, een deurtje verder naar haar collega, de mondhygiënist (de mondhygiëniste is inmiddels een man). Ik heb nog maar niet gevraagd of dat nu wel echt nodig is. Als ik achterover in de stoel bij de tandarts lig, heb ik namelijk goed zicht op alle boren die zij tot haar beschikking heeft.

Open brief

Vlaardingen, 27 oktober 2019

Geachte Minister President Rutte,

U bent al weer 9 jaar de leider van ons land. U bent een slimme en verstandige man. U heeft het land op uw manier door de crisis geloodst. Allemaal prima. Maar ik begin mij nu toch ernstig zorgen te maken. Het loopt gierend uit de hand. De boeren zijn boos. De bouw ligt stil en de GGD is bang dat de we ziek worden als u het land vol gaat zetten met windmolens, zonnepanelen en biomassacentrales.  We raken verstrikt in de milieuregels die we zelf verzonnen hebben. Ons mooie landje dreigt piepend tot stilstand te komen. Het is tijd dat u gaat ingrijpen. Kondig een noodwet af, waarin staat dat alle milieuwetten, -plannen en -regels voor minstens een jaar opgeschort worden. Ook alle Europese regels. Daar ligt Moeder Aarde echt niet wakker van. Wat is nou een jaar op het leven van een planeet? Toon dat u een sterke leider bent, dat u niet bang bent. In het belang van Nederland. Stel één keer een daad. Een daad waarmee u de geschiedenisboeken zult halen. Doe een jaar lang helemaal niets. Stop met het maken van regels en wetten. Ga samen met minister Schouten lekker uitwaaien op het Scheveningse strand, duik daarna de kroeg in om dronken te worden en trek u daarna terug in het Torentje. Ga  nadenken. Neem de tijd en laat ons even met rust. Nodig de boeren en de supermarktbazen rond de Kerst eens uit voor een etentje. Schenk een mooi glas wijn voor ze in. Vertel ze maar dat wij best iets meer willen betalen voor ons bekertje melk, stukje vlees en de bloemkool.  Denk nog eens na over onze natuur die wij allemaal zelf aangelegd hebben. Misschien heeft dat zeldzame kevertje het in Duitsland net zo naar zijn zin als op dat kleine stukje heide waar hij nu woont? Als we elkaar dan volgend jaar weer spreken, gaan we ons lekker voorbereiden op verkiezingen en dan beginnen we daarna gewoon weer met een schone lei.

Met vriendelijke groet,

Ronald de Niet

burger