Lente

Word het de winterjas of zoek ik mijn zomerjasje weer op? Gisterenochtend was het om elf uur nog aardig fris. Vanavond kan het ook koud zijn op de fiets. Het wordt de winterjas. Als ik op de fiets zit gaat hij al snel los. Het is toch al warmer dan ik dacht. Voor mij, zie ik twee kleine kindertjes het hele fietspad in beslag nemen. Daar ga ik straks bij het stoplicht wel voorbij, om ongelukken te voorkomen. Als een soort moeder de gans fiets de jonge vrouw voor de twee kleintjes uit. Er zit nog een heel klein jongetje op het stoeltje dat aan het stuur hangt. Speen in zijn mond. Achterop ook een kinderzitje. Het meisje dat hierin zit zal een jaartje ouder zijn. De twee daarachter schat ik op een jaar of vijf en zeven. Bij het stoplicht sta ik naast de moeder. “Hij doet het weer”, huilt het meisje. “Ophouden nu”, roept moeder. “Daar gaat je knuffel. Raap op.” Ik kijk moeder aan, maar zeg niets. Dat kan zij er nu niet bij hebben. “Hij is groen opschieten nu.”  Waar gaan ze naar toe? Waar is vader, nu hij zo dringend nodig is? Ik denk dat hij al een jaar lang niet meedoet. Hij is met zijn missie bezig. Vandaag gaat hij bewijzen dat hij op zijn veertigste nog alles kan. Hij loopt de marathon van Rotterdam. De marathon waar hij al een jaar voor aan het trainen is. Als hij zijn medaille heeft, zal hij er weer voorde kinderen zijn. En daarom is moeder met de vier kids onderweg naar Rotterdam, om papa over de finish te zien komen. Dat denk ik tenminste. Een stukje verder passeer ik een iets te dikke stoere man op een scooter. Naast de scooter loopt zijn nog stoerdere hond, zo’n type vechthond. Tong uit zijn bek. De hond moet in conditie blijven. Het baasje niet. Gelukkig zijn er ook nog hockeymeisjes op weg naar hun zondagse wedstrijdje. Dat ziet er een stuk gezelliger uit. Het zonnetje schijnt, de bollen staan in bloei. Vader brengt morgen kleintjes weer naar bed. De lente is begonnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *