Er was ook deze week weer geen ontkomen aan. Donald Trump domineerde met zijn maffe gedrag alle media. Maar onze eigen aandachtstrekker lukte het toch om er tussendoor te fietsen. Onbedoeld werd Geert Wilders afgelopen week onderwerp van gesprek aan de talkshowtafels. Er liepen maar liefst zeven fractieleden bij hem weg, omdat hij elke vorm van inspraak en democratie in zijn partij blijft weigeren. De PVV is Geert Wilders en Geert Wilders is de PVV. Bij het politieke pensioen van Geert houdt de partij op te bestaan. Heel lang zal dat niet meer duren, denk ik. Ik vraag mij af hoe Geert dan naast zijn vrouw op de bank zal zitten. Een beetje opgelucht misschien. Even geen bewakers om zich heen. Hij hoeft zich ook niet meer druk te maken over zijn kapsel. Als zijn poes spinnend op zijn schoot zit, zal zijn vrouw hem vragen wat hij nou in al die jaren heeft bereikt voor Nederland. Het is een serieuze vraag, want ze weet het gewoon niet. “Meer dan twintig jaar heb ik je nauwelijks gezien, omdat je zo druk was met die partij van jou. Zien we daar straks nog iets van terug in de geschiedenisboeken? Is er een wet naar jou vernoemd? Er is een nacht van Schmelzer en van Wiegel. Is er ook een nacht van Wilders?” Geert moet even nadenken. “Het is allemaal de schuld van de elite, van de asielzoekers en van de Marokkanen. Automatisch grijpt hij naar zijn telefoon en opent zijn account op X. “Nee, Geert. Niet nu. Het is klaar. Stop met dat getwitter. Ik vraag je gewoon wat.”
“Ik heb verkiezingen gewonnen en daarmee twee kabinetten mogelijk gemaakt.”
“Dat is waar lieve Geert, maar nog voordat ze iets konden bereiken, heb je ze alweer opgeblazen.”
“Ik heb het woord kopvoddentaks uitgevonden en een Polenmeldpunt opgericht. In de Tweede Kamer heb ik vaak de lachers op mijn hand gekregen en nog veel vaker mijn tegenstanders in de gordijnen gejaagd.”
“Hou maar op. Zullen we dit weekend naar mijn familie in Hongarije gaan? Daar hebben ze een echte leider.
