De stad

De stad van de loodgieter en het meisje. Het klinkt als de titel van een sprookje, maar dat is het niet. Sprookjes lopen altijd goed af. Dit gaat over de stad waar ik al mijn hele leven woon en waar twee verhalen heel erg slecht zijn afgelopen. Over de loodgieter uit Vlaardingen hoor je helemaal niets meer. Hij is dood. Er werden vlak na zijn overlijden nog twee vuurwerkbommen in de tuin van zijn weduwe gegooid en daarna werd het stil. Zijn dood bleek natuurlijk en daarmee werd het dossier gesloten. Het meisje leeft nog, maar daar is alles mee gezegd. Haar verhaal is niet te bevatten. Drieënhalf jaar geleden kwam het meisje in Vlaardingen wonen. Een paar straten bij mij vandaan. Het ging niet goed met haar moeder en dus ook niet met haar. Ze kwam terecht bij John en Daisy, twee gestoorde mensen die het hulpeloze meisje op een manier mishandeld hebben die elk voorstellingsvermogen te boven gaat.

In de stad van de loodgieter en het meisje heb ik het de afgelopen jaren prima naar mijn zin gehad. De stad vierde 750 jaar stadsrechten en ik vierde mee. Terwijl het leven van het pleegmeisje langzaam maar zeker vernietigd werd, schreef ik grappige verhaaltjes en maakte leuke tekeningetjes. Een paar straten verderop werden horrorverhalen geschreven. Non fictie. Sommige mensen hadden het in de gaten en er werden meldingen gemaakt. Zoals dat gaat in dit soort slechte verhalen, werden de signalen genegeerd en werkten de instanties langs elkaar heen. Het leven in de stad ging door alsof er niets aan de hand was.  

Agelopen vrijdag werden de gruwelijke details in de rechtbank verteld. Ik las het op mijn telefoon in de trein, op weg naar huis. Die avond stond ik in een klein zaaltje met een biertje in mijn hand en genoot van de Wild Romance, het bandje waar Herman Brood ooit mee toerde. Dat is de bitterzoete realiteit in de stad van de loodgieter en het meisje.