Zaterdagochtend

Sinterklaas is weer in het land. In heel veel steden in Nederland waren papa’s, mama’s, opa’s en oma’s al vroeg uit de veren op hun vrije zaterdag. Er moet een feestje gevierd worden. En dat moet ’s ochtends vroeg, voordat hij op de nationale televisie met zijn boot de haven binnenvaart. Ik kan het mij nog herinneren van vroeger. Als kind, bij de haven. Bibberend van de kou en angst. Want ja, in mijn tijd was het echt niet alleen maar vrolijkheid. Toen waren de Pieten nog zwart en bovendien bevoegd om, samen met hun grote witte baas, normerend op te treden. Tijden zijn veranderd. Dat begon al toen ik zelf als papa met mijn zoontje naar de intocht ging kijken. Als ouder stond je er in die tijd helemaal alleen voor. Dreigen met de roe en de zak was geen optie meer. Het moest vooral leuk en gezellig blijven. Maar ’s morgens vroeg in de kou met een gure wind, in de stromende regen, dat is voor niemand leuk. Er waren zelfs jaren bij dat hagel of sneeuw de feestvreugde op een smerige manier verpestte. Achteraf bleek die intocht pas het begin van een jaar of tien ochtendleed. De jongen ging op voetbal. En de pupillen mogen op zaterdagochtend als eersten het veld op. Ook in de winter, als het om acht uur nog donker is. Elke vrijdagavond zat ik gespannen naar het weerbericht te kijken, hopend op strenge nachtvorst of enorme sneeuwbuien, zodat de wedstrijden afgelast zouden worden. Sporadisch waren de gelukmomentjes. De winters waren lang. Mijn jongen is groot geworden en daarmee de zaterdagochtenden vrolijker. Met liefde heb ik al de ontberingen doorstaan. Nu is het tijd om het weekend rustig met koffie en krant te beginnen en als het moet zet ik de kachel nog een graadje hoger. Maar de laatste tijd bekruipt mij toch een licht gevoel van paniek als ik de toeter van de stoomboot hoor. Ik heb de leeftijd om opa te worden en wat zeg je als zo’n lieve kleine koter vraagt of je meegaat naar de intocht van Sinterklaas?