Kampioen

V: Waar komen Joden toch vandaan?

A: Israël, hier ver vandaan

V: Wonen daar ook Superjoden?

A: Ja, daar wonen ook Superjoden

V: Vinden Joden voetbal fijn?

A: Als ze maar voor Ajax zijn.

A: Amsterdam, Amsterdam, Amsterdam (2x)

(V= voorzanger, A= allen, melodie: het Smurfenlied)

Op woensdagavond had ik het zwaar. Om een uur of zes  wandel ik in een fijn lentezonnetje via het Rokin en het Damrak naar Centraal Station Amsterdam. Honderden vrolijke jonge mannen lopen mij tegemoet, Ze dragen sjaaltjes, vlaggen en shirtjes van de club uit deze stad. Hun club wordt vanavond kampioen van Nederland en dat gaan zij vieren op de pleinen en in de cafés.  Met mijn hoofd gebogen probeer ik zo snel mogelijk de trein naar Rotterdam te bereiken.

Als ik een dag later, halverwege de ochtend, in Schiedam weer op de trein naar mijn werk stap, blijkt het allemaal nog veel erger te kunnen. Tot mijn verbazing zit de trein uit Rotterdam vol met schreeuwende en joelende mannen. Ze zijn op weg naar de huldiging. Met een Rotterdamse tongval zingen ze over Superjoden en ze blèren dat je geen Jood bent als je niet springt. In het bovengedeelte van de dubbeldekker zitten heel veel Joden.  In Delft komt er een jongen naast mij zitten. Hij draagt het shirt van de landskampioen. Ik krimp ineen.  Het normaal zo ontspannen ritje van Schiedam naar Amsterdam is vandaag een helletocht. Als ik eindelijk de trein mag verlaten, wordt het er niet beter op. De hele dag wordt ik geconfronteerd met supportersgeluk, dat zich uit in luide primitieve dierlijke klanken.  Ik ben de dag doorgekomen, maar vraag niet hoe.

Toen mijn Rotterdamse kluppie twee jaar geleden gehuldigd werd, heb ik een vrije dag genomen en ben ik naar de Coolsingel gegaan. Dat doe ik voortaan ook als ze in Amsterdam weer wat te vieren hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *