Een blijde boodschap

Twee weken geleden was ik Coronamoe. Inmiddels ben ik bekaf. Ik kan het niet meer, ik wil het niet meer. Maar iedereen heeft het erover. Elke column gaat erover. Ik vind het een aardige man hoor, maar elke dag weer die kop van Ab Osterhaus bij OP1. Het is te veel. Ik wil het over iets anders hebben, maar alle leuke dingen zijn ons afgepakt. Er wordt niet meer gevoetbald en naar een museum of concert is er voorlopig niet meer bij. Een vakantie naar de zon of de sneeuw is taboe en reizen met het openbaar vervoer is riskant. Met de moed der wanhoop stap ik toch maar in de trein naar Amsterdam. Het is rustig op het station. Geen rolkoffer-file voor de poortjes in de stationshal. Buiten staat wel de gekke mevrouw met haar blijde boodschap. Een blijde boodschap, daar ben ik aan toe. De zon schijnt, maar veel warmte geeft hij nog niet. De mevrouw zingt, maar mooi klinkt het niet. Het is niet erg. Het is een begin. Ik blijf even staan en glimlach. De mevrouw geeft mij een complimentje over mijn bril. Kijk zo kan het ook. Ik vertel haar dat ik het zo bijzonder vind dat ze hier altijd staat. Echt altijd. Regen, hagel, wind, kou of bloedhitte, ze is er. Soms schreeuwt ze dat we niet moeten luisteren naar Satan, maar meestal zingt ze over Jezus. Ze vertelt dat ze niet in Amsterdam woont en dat ze een bijstandsuitkering heeft. Ze is lid van de Pinkstergemeente. Dat verklaart haar vrolijkheid en vastberadenheid. Ik vraag haar of God de wereld wil straffen met dat Corona virus. Nee hè, wat een sukkel ben ik. Nu gaat het toch weer over Corona. Gelukkig gaat ze er nauwelijks op in. Ze begint een warrig verhaal met bijbelteksten en zo. Uiteindelijk komt het erop neer dat Jezus liefde is en dat je hem maar beter kunt volgen. Met dat laatste ben ik een tijdje geleden gestopt, maar dat vertel ik de blije mevrouw niet. Het is precies genoeg zo. Ik kan weer even verder. Dag mevrouw. Bedankt hoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *