De tas

Op Schiphol stap ik over op de trein naar Amsterdam Centraal. Als de laatste vakantieganger de trein verlaten heeft, stap ik in. Oei, daar komt er nog één. Die had blijkbaar niet in de gaten dat hij er al was. Ik zoek een plekje. Hier ligt nog een rugzak. Dan pak ik de stoel aan de andere kant van het gangpad. Wel raar dat er een rugzak ligt, zonder reiziger erbij. Zou die haastige man hem vergeten zijn? Zal ik erachteraan hollen? Misschien mis ik dan zelf de trein? Ik ga rustig zitten. Eigen schuld, moet hij maar opletten. Als we vertrokken zijn, begin ik te denken. Misschien is die tas helemaal niet van die haastige man. Misschien is die tas bewust daar neergelegd. Het zijn rare tijden. Zouden er explosieven in zitten? Als hij afgaat, heb ik geen schijn van kans. Ik zit het dichtst bij. Ik hoef in ieder geval niet te lijden. Ik ben er meteen geweest. Misschien is het slim om een fotootje te maken. Als de recherche mijn telefoon vindt, dan hebben ze een aanknopingspunt. Achter de stoel met de tas zitten twee jongetjes een beetje te vervelen. De moeder roept ze af en toe tot de orde. Voor die gastjes zou het veel erger zijn. Zij hebben nog een heel leven voor zich. Zal ik ergens anders gaan zitten? Als ik terrorist zou zijn, zou ik die bom in de tunnel laten afgaan en die zijn we inmiddels uit. Dus, niet zo kinderachtig doen, Roon. Maar op het Centraal Station in Amsterdam kan je ook veel slachtoffers maken. We rijden het station binnen. Ik sta iets eerder bij de deur dan normaal. De moeder met de twee jochies staan achter mij. Dan hoor ik haar zeggen: “Waar is je tas? Let nou toch eens een keer op. Ga die tas onmiddellijk halen en snel een beetje.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *