Het klooster en de abt

De strip “Jan, Jans en de kinderen” bestaat vijftig jaar. In het AD haalde de dochter van tekenaar Jan Kruis herinneringen op aan onvergetelijke vondsten. Een prachtig voorbeeld is  Opa Tromp, die 29 november uitriep tot Sint Pannenkoek. Daar verzon Jan Kruis later de legende van Sint Pannenkoek bij.  

De dochter van Jan Kruis deed in de krant de suggestie om op zoek te gaan naar meer van dergelijke legendes. Ik vond het verhaal van een klooster met aan het hoofd een bijzondere abt.

De legende van de slimme abt

Het zijn de donkere Middeleeuwen. Langs de oevers van de Rotte staat een klooster waar Abt Osterhaus de scepter zwaait. De monniken bakken brood, brouwen bier en stellen het klooster open voor de sloebers uit de stad. Ook de edelen komen af en toe langs. Voornamelijk als ze moe zijn van het feestvieren. Ze laten zich het lege niets welgevallen. Zang en gebed nemen ze op de koop toe. Maar als de pest uitbreekt wordt alles anders. Het volk wordt gestraft door God, verkondigen de monniken. De abt heeft zo zijn twijfels. Hij is een slimme man en heeft al snel in de gaten dat isolatie beter werkt dan bidden. Buiten het klooster grijpt de dood om zich heen. Sterven aan de builenpest is vreselijk. Om zijn monniken hiervoor te behoeden sluit de abt het klooster. Er gaat een bordje op de zware kloosterdeur. “Pleurt op!” staat er met koeienletters op. De taal die de rauwe Rotterdammers uit die tijd verstaan. Eén gezin laat de abt nog binnen. Zijn lieve zuster met haar man en vier kinderen. Zes mensen van buiten, meer niet. Een jaar lang leven de monniken en het gezin in totale afzondering. Als het voorjaar aanbreekt en de abt zeker weet dat de pest is uitgeraasd, draait hij het bordje op de kloosterdeur om. De edelen en het gepeupel worden welkom geheten met een simpele vraag: “Wat mot je?” Vervolgens wordt men uitgenodigd om aan te schuiven aan de tafel met brood en bier.

Broeder Osterhaus was zijn tijd ver vooruit. Hij ontdekte dat quarantaine een simpele, maar doeltreffende remedie was tegen vreemde ziektes die zich snel onder het volk verspreidden. De paralellen met de pandemie van nu zijn treffend. Gelukkig zijn er tegenwoordig virologen en kunnen we vertrouwen op een vaccin. Dikke kans dat we in de zomer van 2021 weer kunnen genieten van het oude normaal. Maar laten we vooral niet vergeten. Laten we de herinnering aan het rampjaar 2020 levend houden. Laten we 2 juni, de geboortedag van Abt Osterhaus, uitroepen tot de dag van de ABT. Op die dag blijven we in heel Nederland binnen. We doen de deur op slot, we eten brood en we drinken bier. En op de dag van de Abt hangen we een bordje aan de deur met de tekst: PLEURT OP!

Verkiezingen

Het tellen van de stemmen moet zorgvuldig gebeuren. Biljetje op het stapeltje links, biljetje op het stapeltje rechts. Voor je het weet ben je een paar dagen verder. Uiteindelijk is er een winnaar, waar de helft van het land het dan toch weer niet mee eens is. Er is vast niet goed geteld. Hertellen dan maar. Er is fraude gepleegd! Naar de rechter! Trek er nog maar een paar weken voor uit. In Amerika zijn ze goed in democratie. Veel beter dan in de rest van de wereld. Vraag het maar aan de zittende president. Dikke kans dat Joe Biden toch de nieuwe president van het land wordt. Een oude man die op 20 januari volgend jaar, met zijn hand op de bijbel, de eed zal afleggen. Ik maak mij nu al zorgen. Hoe moet het verder? Kan Joe eigenlijk wel overweg met Twitter? Kunnen we nog een beetje lachen om de president van Amerika? Waar moeten we het in de talkshows nog over hebben? Over Zwarte Piet gaat het al lang niet meer. Het virus heeft roet in het eten gegooid. Over dat virus gesproken, daar is alles toch ook al over gezegd? Bovendien kan je er gif op innemen dat er na de Kerst een vaccin zal zijn. Nog even ruzie maken over wie er als eerste een prikje mag halen, maar dan is het wel klaar. Waar moeten ons nog boos over maken?  Waar kunnen  we ons nog over verbazen? Kunnen er staks nog leuke grappen gemaakt worden? We hebben nog ruim twee maanden om te genieten van de beste president die Amerika ooit gehad heeft, Donald Trump. Hij heeft ons voorgedaan hoe je campagne moet voeren. Hoe je verkiezingen kunt winnen. Over een maand of vijf mogen wij hier ook naar de stembus. Ik hoop maar dat er een paar lijsttrekkers zijn die het kunstje van Trump afgekeken hebben. Dan kunnen we tenminste een beetje vrolijk aan het nieuwe jaar beginnen.

 

NS

Nog eentje dan, in de categorie klein leed.

Als je als forens met de trein van Delft naar Schiedam reist, dan stap je achterin in. Dan ben je in Schiedam namelijk snel bij de uitgang. Gelukkig is de trein in de avondspits lekker lang. Zo kunnen we afstand houden. “Volgende station: Schiedam Centrum” hoor ik door de speaker. Langzaam verzamelen de forenzen uit Schiedam en omstreken zich bij de deur. De trein stopt,  maar de deur blijft dicht. Dat is maar goed ook, want we staan nog niet bij het perron. Tenminste, onze achterste wagon niet. Na een minuut of twee trekt de trein weer op en maken wij ons klaar om uit te stappen. Helaas. De trein gaat steeds sneller en alle reizigers kijken elkaar verbaasd aan. Op Rotterdam Centraal komt de trein pas weer tot stilstand en kunnen wij de trein verlaten. Een aantal mensen trekt meteen een sprintje, in een poging de eerste trein terug te halen. Ik neem mijn verantwoordelijkheid en ga op zoek naar de conducteur van deze trein. Hij moet op de hoogte gebracht worden van deze misstand en ik verwacht een fatsoenlijke verklaring. In de verte zie ik drie conducteurs gezellig met elkaar in gesprek. Als ik in de buurt kom, stappen er twee in en de derde brengt zijn fluit naar de mond. Ik trek een sprintje en spreek hem op hoge toon aan. “Hebben jullie niet in de gaten gehad, dat wij in Schiedam niet uit konden stappen?” De conducteur kijkt mij aan alsof hij water ziet branden. “Informeer de machinist eens dat hij met een lange trein onderweg is.” “Sorry, zegt de conducteur. Ik moet nu echt weg.” Als hij instapt roept hij nog: “U kunt altijd een melding maken.” Met een aantal lotgenoten druip ik af. Wachtend op de trein naar Schiedam zoek ik in de NS-app hoe ik die melding dan kan maken. Waarom? Het is zinloos, dat weet ik. De NS heeft bedacht dat je via twitter contact kan leggen met de klantenservice. Wat is dat voor gekkigheid! Tegen beter weten in, plaats ik een berichtje. Met een vrolijk “Hoi Ronald” krijg ik antwoord van iemand die zichzelf NW noemt. Vervolgens ontvang ik berichtjes van KH, LS en AU. Om kwart voor negen grijp ik naar de fles en vraag ik mij met een rooie kop af waarom ik in hemelsnaam niet gewoon kan accepteren dat het af en toe gewoon een beetje tegen zit als je met de trein reist.

Pizza

Een korte samenvatting van het telefoongesprek dat ik een paar weken geleden had met een dame van onze lokale New York Pizza:

Ik: “U heeft net twee pizza’s bezorgd, maar hoe kan ik zien welke van de twee een bloemkoolbodem heeft?”

NewY: “Dat kunt u niet zien.”

Ik: “Zetten jullie geen teken op de doos?”

NewY: “Nee, dat doen we nooit. Ze zien er hetzelfde uit. Ze ruiken en ze smaken ook hetzelfde. Wat is het probleem?”

Ik: “Het probleem is, dat mijn vrouw graag een pizza wil met een bloemkoolbodem en ik niet.”

NewY: “Maar ze smaken echt hetzelfde.”

Ik: “Mag ik de leidinggevende even aan de lijn?”

NewY: “Ik ben de leidinggevende.”

Geheel tegen mijn gewoonte, heb ik bij mijn laptop zitten wachten op het mailtje dat tegenwoordig volgt op elke digitale bestelling. Eén ster heb ik ingevuld. Voor straf werd ik doorgelinkt naar een soort online chatgesprek. Hoe of ik het bestelproces vond, of de levertijd in orde was en wat ik van de koerier vond? Allemaal prima, geen klachten. Mijn probleem met de onherkenbare pizzabodem kon ik niet kwijt. Gelukkig werd mij nog de mogelijkheid geboden een mailtje te sturen naar de klantenservice van New York Pizza. Tien dagen later krijg ik antwoord: Omdat ik laatst te lang op mijn pizza heb moeten wachten, krijg ik een kortingscode t.w.v. €3,00 voor mijn volgende bestelling. Maar ik heb helemaal niet te lang op mijn pizza hoeven wachten! Nadat ik mijzelf herpakt heb, beantwoord ik de mail en leg nog één keer vriendelijk uit wat mijn probleem was. Binnen een dag beantwoordt Webcare medewerker Danique mijn mailtje: “Hi Ronald, Bedankt voor je bericht en wat vervelend dat er nog geen contact met je is opgenomen. Ik heb de franchisenemer een herinnering gestuurd. Hij zal zo snel mogelijk contact met je opnemen. Laat je mij weten of dit is gebeurd?” Van de franchisenemer heb ik nooit meer iets gehoord. Van Danique trouwens ook niet. Gelukkig hebben we sinds kort een prachtig nieuw pannenkoekenrestaurant in Vlaardingen. Twee weken na de opening konden ze daar de deur alweer sluiten. Moest van Mark Rutte. Je kan wel afhalen of laten bezorgen. Ze doen de pannenkoek dan netjes in een pizzadoos en schrijven er keurig op welke smaak er in zit. Ik was al niet zo van dat buitenlandse eten, maar voor mij wordt het voortaan pannenkoek in plaats van pizza. Pannenkoek van De Soete Suikerbol (www.suikerbol.nl). Een aanrader!

Filmpje

De telefoon is altijd binnen handbereik en dus worden er filmpjes gemaakt. Die moeten ook online, anders is er niets aan. De filmpjes over de ellende van een ander doen het goed. Soms zijn ze om te lachen, maar meestal gaan ze over hufters en zijn ze bedoeld om je kapot aan te ergeren. Ook lekker. Afgelopen woensdag sloten de kroegen om tien uur hun deuren en die gaan  voorlopig niet meer open. Je kon er op wachten dat er nog aardig wat mensen die laatste uurtjes wilden genieten van het bier uit de tap. En dus kwam er een filmpje met dronken feestvierende lieden. Het filmpje duurde anderhalve minuut en ging online. Het werd gedeeld en nog eens gedeeld en het werd vertoond in het journaal en in alle talkshows ging het erover. “Schande!” “Een middelvinger naar de zorg!” Op het scherm achter de tafel bij Jinek werd het filmpje in een loop gezet. Zo kreeg het bijna de lengte een speelfilm. De volgende dag schreven alle kranten over het feestje in de tent op het Plein. In het buitenland werd het een item in het nieuws en dat werd dan weer een item in onze nationale actualiteitenrubrieken, waardoor er een mooi klassiek Droste-effect ontstond. Als je niet beter wist zou je denken dat heel Den Haag in de fik had gestaan. Zo gaat dat dus tegenwoordig met een filmpje van anderhalve minuut. Ik heb hier best een mening over, maar ga deze niet opschrijven. Belofte maakt schuld. Maar allemachtig wat heb ik het er moeilijk mee. Gaat het over voetbal, dan gaat het over corona, gaat het over vakantie, dan gaat het over corona en gaat het over het weer dan zal dat ook wel door corona komen. In de krant van zaterdag zag ik gelukkig nog een heel klein berichtje waar ik vrolijk van werd. “Youp van ’t Hek en BNNVara willen nog steeds het jaar afsluiten met een oudejaarsconference.” Was het alvast maar 31 december. Ik ben benieuwd waar Youp het over zal gaan hebben.

Jesse for president

Laten we het eens ergens anders over hebben, moet ook Jesse Klaver gedacht hebben. “Ik word zo langzamerhand schijtziek van dat coronagelul. In maart zijn de verkiezingen en de enige die er een beetje profijt van heeft, is die bal van Rutte. We moeten het over een andere boeg gooien.” Zo zal het ongeveer gegaan zijn tijdens het overleg van het campagneteam. Natuurlijk werd de kaart van het milieu als eerste op tafel gegooid. Ook de zorg en het onderwijs werden geopperd, maar Jesse werd er niet warm van. “Allemaal uitgekauwde onderwerpen, daar gaan we de oorlog niet mee winnen. We moeten het hebben van de jeugd. Die vinden mij leuk, die herkennen zich in mij. Ik zie er goed uit en ik ben ook nog een beetje multi culti. Weet je hoeveel van die kinderen er straks voor het eerst mogen gaan stemmen?” Jesse heeft zijn huiswerk gedaan en hoeft niet op het antwoord te wachten. “Een stuk of achthonderdduizend! Achthonderdduizend, weet je hoeveel zetels dat zijn? Zeker acht. Man, we kunnen gewoon de grootste partij worden. Jesse for President!” Er werd een beetje schaapachtig gelachen, want iedereen wist dat Jesse geen grapjes maakt. “Kom op met jullie ideeën.” De jeugd is zielig. De jeugd lijdt het meest onder de coronamaatregelen. Misschien moeten we daar iets mee doen? Veel meer kwam er niet. “Hoe kan je die lui nou blij maken?” riep Jesse na een half uur geërgerd. “Juist, met geld.” Dat had Jesse al lang bedacht. Hij is niet voor niets de leider. “Iedereen die achttien jaar wordt krijgt tienduizend euro. En daar mag je mee doen wat je wilt. Wat vinden jullie daarvan?” Eerst hilariteit, daarna een ongemakkelijke stilte. Er volgde wat gesputter. “Waar gaan we dat van betalen?” “Hallo, wij zijn Groenlinks, sukkel”, had Jesse geroepen. “Heb jij de films van Robin Hood nog nooit gezien. Ik bèn Robin Hood. Stelen van de rijken en uitdelen aan de armen. Onthoud dat nou eens een keer.”

Op het partijbureau van Groenlinks wordt nu ruzie gemaakt. Wie gaat de vrouw van Jesse bellen? Dat abonnement op Netflix moet zo snel mogelijk opgezegd worden.

Ik stop ermee

We zitten inmiddels al meer dan een half jaar met dat verdomde coronavirus opgescheept en we zijn er voorlopig ook nog niet vanaf. De hele wereld is in de war en de beleidsmakers lijken het niet meer te weten. Ze verzinnen van alles om de boel te redden, maar het wil maar niet lukken. “Testen, testen, testen”, riep Ab Osterhaus maanden geleden al. Het is één van de sleutels om het virus onder controle te krijgen. Als je verkouden bent, dan laat je je testen, roept Hugo de Jonge al weer een hele tijd. Maar in de praktijk blijkt dat nog niet zo eenvoudig. Je moet er een dagje voor uittrekken om een telefonische afspraak te maken. Vervolgens mag je drie dagen binnen blijven, omdat je pas op dag vier terecht kan in een teststraat. Dat je 70 km moet rijden om bij die straat te komen, neem je op de koop toe. Het gaat tenslotte om de volksgezondheid. Aan het eind van dag vijf kan je de uitslag van de test terugvinden op een website. Die uitslag is bijna altijd negatief, wat dan wel weer fijn is. Hoe ik dat allemaal weet? Ik stond afgelopen maandag op met  een loopneus.

Als je vijf dagen de deur niet uit mag, heb je alle tijd om het nieuws te volgen op radio en TV en bovendien de krant dagelijks flink te spellen. De stoet deskundigen die het antwoord op de crisis hebben wordt met de dag langer. Op de sociale media worden die deskundigen vervolgens weer massaal onderuit geschoffeld. Al meer dan een half jaar is dit het dagelijkse patroon. Ik heb zelf ook een behoorlijke mening over alles en iedereen en zeker als het over corona gaat. Maar ik ga het niet meer opschrijven. Ik stop ermee. Ik heb er geen zin meer in. Het lost niets op, de wereld wordt er niet beter van en zelf wordt ik er ook niet gezelliger van. De knop gaat om, het mondkapje op en de mening uit. Ik zit te denken aan een hashtag campagne: #evengeenmening. Jammer dat ik niet zoveel volgers heb.

Domme gans

Soms doen de rijken der aarde best aardige dingen met hun centjes. Zo heeft meneer Hans Melchers een kasteeltje gekocht om zijn verzameling schilderijen van Carel Willink aan ons te tonen. Ik was wel benieuwd en besloot samen met mijn vrouw een bezoekje te brengen aan zijn museum. Gewoon een kaartje kopen bij de receptie is er vandaag de dag niet meer bij. Van te voren dient men datum en tijd te bepalen om vervolgens digitaal de kaartjes aan te schaffen.

De dame bij de entree is onverbiddelijk. Half drie is half drie. We zijn te vroeg. Gelukkig schijnt de zon en is het parkje fraai aangelegd. Halverwege ons wandelingetje doemt een eenzame gans op. Hij heeft ons in de smiezen en begint te blazen. Mijn vrouw loopt een stukje om. “Hij is boos, kijk uit Roon.” Ja, nou zal die mooi worden. Ik loop keurig op het grindpad. Waarom moet ik opzij voor zo’n domme gans? “Hij is banger voor mij, dan ik voor hem”, roep ik nog naar mijn vrouw. Niet dus. Met een snelle felle beweging bijt hij mij in mijn kuit en niet zo zuinig ook. “Au! Gloeiende, gloeiende, dat doet zeer.” Waarom doet die gans dit? Loop ik op zijn terrein? Nou en… Ik heb betaald om hier te mogen lopen. Van mijn geld wordt zijn leefgebied onderhouden. Dat schijnt meneer De Gans niet helemaal te begrijpen. Moet ik de aanval beantwoorden? Een wraakactie lijkt mij geen goed idee. Er lopen nog wat senioren in het parkje. Voor je het weet heb je daar ook nog ruzie mee. Ik versnel mijn pas en de gans laat het bij die ene aanval. Verstandig, want uiteindelijk zou hij natuurlijk kansloos zijn. Zo dom is hij nu ook weer niet. Als de strenge mevrouw bij de entree ons dan toch binnenlaat, breng ik eerst een bezoekje aan het toilet. Daar kan de broekspijp even omhoog en bekijk ik de schade aan mijn kuit. Ik wist het eigenlijk al, maar de gans heeft het nog eens bevestigd. Ik ben meer van de cultuur dan de natuur.

Winnaar

Dat je naar bed gaat als winnaar. Je hebt een flinke prijs gewonnen in de loterij. Trek nog maar een flesje open. Bij het tandenpoetsen zie je in de spiegel een lach zoals je die nooit eerder hebt gezien. En dat de je dan ’s morgens wakker wordt en te horen krijgt dat het allemaal een vergissing was. Zo gaat dat soms, als je meespeelt in de Staatsloterij. Primoz Roglic ging bijna twee weken lang als winnaar naar bed. Elke ochtend stond hij ook als winnaar weer op. Die gele trui zou hij niet meer uittrekken. Die ging mee naar Parijs, dat was inmiddels wel zeker. Primoz Roglic wist het zeker. De ploeg wist het zeker. In Slovenië wisten ze het en in Nederland rekende we er ook op. U weet inmiddels hoe het afliep. Primoz eindigde na 36 luizige kilometers als loser van de Tour. Zelf doe ik al jaren niet meer aan wedstrijdsport. Toen ik nog wel iets in die richting deed, waren de overwinningen schaars. De laatste keer dat ik die gele-trui-euforie had, is inmiddels 44 jaar geleden. Toen werd ik kampioen met mijn voetbalelftal. Daarna is het snel bergafwaarts gegaan met mijn sportcarrière. Ik bleek meer een daler dan een klimmer. Nee, van de sport moet ik het niet hebben. Van het spel trouwens ook niet.  Ik Speel al jaren mee in de loterij. Vanaf dag één droom ik van de dag die maar niet komt. Gemiddeld één keer per jaar heb ik prijs. Meestal ligt het bedrag ergens tussen de €7,50 en €20,00. En toch heb ik zo af en toe dat winnaarsgevoel. Die avondjes dat ik gewoon nog een derde flesje bier opentrek, omdat het weekend is. Als ik dan naar bed ga en mijn tanden sta te poetsen, dan zie ik in de spiegel die winnaar. Wat een lijf en wat een kop zit daarop. Als ik morgen een tijdrit zou rijden, dan zou ik hem winnen. Zeker weten. Als ik de volgende morgen mijn tanden weer sta te poetsen zie ik altijd een Roglic na 36 kilometer tijdrit, met aankomst bergop.

Demonstreren

In normale tijden is het elke dag vol op de Dam in Amsterdam. Allerlei bijzondere lieden proberen het volk te vermaken of te verleiden. Vuurspugers, acrobaten en levende standbeelden vertonen hun kunsten in een poging wat muntgeld bij elkaar te scharrelen. De ijsboer en de man met de hotdogs pakken het professioneler aan. Zij verkopen hun lekkernijen tegen woekerprijzen. Betalen kan gewoon met de pinpas of creditcard. En dan zijn er nog de demonstranten. Als je een boodschap wilt overbrengen, moet je op de Dam zijn. De open plekken worden opgevuld door duiven en toeristen. Maar in tijden van corona is alles anders. De duiven zijn er nog gewoon, maar de straatartiesten zijn verboden. De man met de warme worsten parkeert zijn kar nog bijna dagelijks op de Dam. Veel omzet levert het niet meer op, maar wat moet hij anders. Ik denk dat hij zijn laatste topdag had tijdens de Black Lives Matter demonstratie van een paar maanden geleden. Daarna is het stil en leeg geworden op het plein. Er wordt nog wel gedemonstreerd tegen racisme, maar anders. Tegenwoordig staat er elke dag één persoon eenzaam en alleen met een groot bord. “As long as systemic racism exists someone will stand here” staat erop. Elke dag totdat er geen institutioneel racisme meer bestaat. Dat is nogal wat. Ik ben bang dat er voorlopig nog wel iemand zal staan met dat bord. De tekst is in het Engels. De ambitie reikt blijkbaar ook nog verder dan onze landsgrenzen. Ik heb te doen met de mannen en vrouwen die hun tijd geven voor dit nobele doel. Ze staan daar maar te staan. Nu is het nog aardig weer, maar hoe gaat dat straks met storm en regen? En hoe zal het ze vergaan als we dan toch nog een keer een strenge winter krijgen? Mogen ze even een warme worst scoren bij de kar een paar meter verderop of moeten ze bij hun bord blijven staan? En wat vindt de ARBO van dit soort werkomstandigheden? Ik hoop maar dat het racisme tijdens de winter wat milder wordt. Misschien mogen de mannen en vrouwen dan een keer een dagje overslaan.