We hebben er even op moeten wachten, maar afgelopen woensdag was het dan weer eens zover. Een enorme wolkbreuk boven Vlaardingen. De afgelopen jaren zagen we het in Limburg, Brabant en de Achterhoek regelmatig misgaan. Wij wisten op miraculeuze wijze steeds de dans te ontspringen. Tot woensdag dus.
Ongeveer een kwartier lang komt het met bakken uit de hemel. Na vijf minuten wordt ik alert. Ik kijk naar buiten en ja hoor, de put begint te borrelen. Geen tijd te verliezen. Regenjasje aan en rennen naar de schuur. Zonder te aarzelen sjouw ik de eerste twee zandzakken naar de voordeur. Zoals u weet stroomt het water altijd naar het laagste punt en laat dat in Vlaardingen nou net de straat zijn waar mijn vrouw en ik al meer dan dertig jaar wonen. Het is dus niet de eerste keer dat ik met dit bijltje hak. De zandzakken liggen altijd voor het grijpen en in het halletje bij de voordeur staat de vloedplank te wachten op het wassende water. Soepel laat ik de plank in de daarvoor bestemde gleuven zakken en gooi de zandzakken er aan de buitenkant tegenaan. Snel terug naar de schuur voor de volgende zakken. Ik ben op tijd. Tevreden kijk ik door de open deur hoe het water in de straat begint te stijgen. Even kijken hoe het achter in de tuin gaat. Als ik de deur van de bijkeuken opendoe schrik ik mij het apenlazarus. Het water komt uit de put die daar zit omhoog en stroomt over de drempel de keuken in. Vervolgens zoekt het zich een weg naar de woonkamer en de gang. Er is geen houden aan. Als de bui is overgedreven, komen alle buren naar buiten om hun leed te delen. Het wordt dan meestal ook nog een soort van gezellig. Gedeelde smart blijkt altijd weer halve smart. Als ik de gang inloop om het zeil eruit te gaan trekken, realiseer ik mij maar weer eens dat ik een enorme mazzelpik ben. De afspraak die ik vandaag in Amsterdam had ging niet door, waardoor ik vanochtend eerst nog even thuis aan het werk was.
