Black Friday

Het is nog rustig. De Hema is net open en de vitrine staat nog vol met lekkere taartjes en tompoucen. De mevrouw voor mij neemt de tijd. Zij heeft duidelijk geen last van de ochtend.

“Wat een leuke sinterklaastaartjes.”

“Ja leuk hè”, zegt de verkoopster. “En… zonder Zwarte Piet, want dat mag niet meer.”

“Dat is toch errug.”

“Ze pakken alles af, mevrouw. Er mag straks helemaal niks meer.”

“Straks mag Black Friday ook niet meer.”

De mevrouw legt voor de zekerheid nog even uit dat black zwart betekent, alsof een winkelmedewerkster geen Engels zou spreken.

Ik luister en zeg niets. Twee boze witte mevrouwen, daar kun je maar beter niet mee in discussie gaan.

Eigenlijk zouden we Black Friday gewoon Zwarte Vrijdag moeten noemen. We wonen tenslotte in Nederland. Eigen taal eerst. Past ook mooi bij Zwarte Zaterdag. De dag waarop je nog even thuis moet blijven. Stap een dag later in je auto om naar de zon te rijden, adviseert de ANWB ons elk jaar in de zomer. De burgemeester van Rotterdam deed afgelopen vrijdag een oproep om niet meer met de auto naar het centrum te komen. Neem de fiets of de tram. Alles staat vast. Zwarte Vrijdag.

Black Friday, een dag die helemaal niets met onze cultuur te maken heeft. “Ze” mogen hem van mij meteen afpakken. Terug naar het eigen land. Misschien moeten we actie gaan voeren om de echte Nederlandse uitverkoop weer terug te krijgen. Vier weken in januari en vier weken in juli. De Belgen hebben het nooit afgeschaft en daar gaat het toch ook goed? Weg met die Amerikaanse fratsen. Maar ik denk dat de witte mevrouwen dan boos worden. Misschien moeten we toe naar een poldercompromis: We houden Black Friday, maar dan echt alleen op vrijdag en we noemen het Zwarte Vrijdag. Zwarte Piet houden we er ook in, maar we maken hem een beetje minder zwart en we noemen hem Roetveeg Piet. Iedereen tevreden. Toch?

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *